Recept

  • Dokter, ik ben waar ik wilde zijn, gelukkig en stabiel, maar nu zit ik nog met die ellendige schrijfverslaving.
    Dan schrijf ik u een weblog voor. Tweemaal daags een stukje en u bent er gegarandeerd binnen tien jaar vanaf.

Laatste berichten

Laatste reacties

maart 2010

ma di wo do vr za zo
1 2 3 4 5 6 7
8 9 10 11 12 13 14
15 16 17 18 19 20 21
22 23 24 25 26 27 28
29 30 31        
Neem inhoud van deze site over (XML)
web-log.nl, powered by TypePad

16 mei 2008

JP in Suriname

Balkenende
Toen ik gisteravond NRC Handelsblad opraapte van de mat, deed ik het bijna in mijn broek. Dat kwam door de foto van Balkenende in Suriname op de voorpagina; daardoor heb ik nu lachspierpijn. Eigenlijk schaam ik me omdat ik er zo om moest lachen. Dat is namelijk een beetje flauw. Ik wil eigenlijk liever niet meedoen aan de Balkenende-bashing en wil ook niet om zijn uiterlijk lachen. Van iedereen kun je wel een slechte foto maken als hij net zijn mond open heeft of in zijn kruis wroet, dus daar ga je niet meer om lachen. Balkenende is gefotografeerd op zijn onfortuinlijkst, namelijk net op het moment dat hij met zijn gezichtsspieren even zijn bril omhoog duwt en het is flauw om dat grappig te vinden. Toch overkwam mij dat en ik schaam me er diep voor. Hopelijk blijft het tussen ons.
Waarom is die foto nou toch zo grappig? Geen idee. Komt het door de gevouwen handjes en de ontblote tandjes van onze premier, waardoor hij lijkt op de manier waarop ze vroeger in films cliché-Chinezen afbeeldden? Je hoort hem bijna zeggen: “Dag Neegeltje! Iesse leuk in de klas? Ga je lekkel lelen en studelen? Tjap tjoj met lundvlees? Sambal bij?”
En dan die oranje omslagdoek! Ik denk dat hij er in zijn onderbroek nog fortuinlijker zou uitzien. Nee, de premier ziet er op deze foto zo oenig uit dat Maxime Verhagen, die achter hem staat toe te kijken, eveneens met omslagdoek, haast normaal overkomt.

25 februari 2008

Post voor Paal

DubIn januari was ik voor mijn werk een paar dagen in Dubai. Toen ik mijn hotelkamer betrad, lag daar een persoonlijke brief op tafel. Ik opende hem en las: "To Mr. Paal Mikkelborg. Dear Mr. Mikkelborg, we welcome you back in our hotel and hope you will have a pleasant stay..." en zo voort.  Hier was waarschijnlijk iets verkeerd gegaan. De post was namelijk voor een andere gast bestemd die zijn verblijf had geannuleerd, in een andere kamer zat, was gestorven of helemaal niet bestond.

Ik vond het leuk dat het hotel die fout had gemaakt en besloot er niets van te zeggen. Grappig was ook dat de hele hotelkamer was ingericht aan de hand van de hotelvoorkeuren van de heer Mikkelborg. Hij hield van bananen en die lagen dan ook op de fruitschaal die elke dag ververst werd. Naast het bed stonden slippers in de maat van Paal: 36.
Ik besloot het spelletje mee te spelen en liep elke dag een kwartiertje op die slippers terwijl ik maat 45 heb en at twee à drie bananen. Poepen kon ik thuis altijd nog, dacht ik. 
Elke avond als ik mijn kamer betrad, dacht ik vol verwachting: zou er weer post voor Paal zijn? Meestal werd ik niet teleurgesteld. Dan lag er weer een brief op het bureaublad. "Geachte heer Mikkelborg, helaas moeten wij u informeren over het volgende. In het kader van het Islamitisch nieuwjaar zal de bar vanavond gesloten zijn. Morgen is de bar echter weer open, maar we bieden u bij deze twintig procent korting aan op een gezondheidsbehandeling in onze Spa op de zesenvijftigste verdieping."
Eigenlijk moest ik nu met die brief naar de zesenvijftigste verdieping. Ik dacht er lang over na of ik dat zou doen, maar was er uiteindelijk te laf voor. Ze zouden me daar ook al zien aankomen op mijn slippertjes van maat 36 en in het badjasje dat maar net tot mijn kruis kwam. 
Na mijn verblijf checkte ik uit en betaalde de rekening van de bar en minibar. Toch eens aan mijn baas vragen of hij ooit de rekening voor die kamer heeft betaald. Misschien hebben ze die ook wel naar Paal gestuurd.

22 februari 2008

Uitgesmurfd

SmJe moet een gegeven smurf niet in de bek kijken, maar door de smurfen-actie bij Albert Heijn krijg ik wel steeds die neiging. Omdat ik zo van smurfen houd, heb ik laatst een extra tube tandpasta gekocht terwijl ik die helemaal niet nodig had. Ik had namelijk voor 14,10 aan boodschappen en dan krijg je net geen smurf. Met die tube erbij kreeg ik er wel een. Als je goed oplet tijdens het winkelen, zie je meer mensen dat doen. Dan zie je bijvoorbeeld een hoogbejaarde man die op de ChristenUnie stemt condooms kopen of heteroseksuele mannen de Linda. Ik zag zelfs een paar vegetariërs biefstukken kopen. En dat allemaal om aan een smurf te komen.
Thuis haalde ik mijn nieuwe smurf vol verwachting uit zijn zakje, maar het bleek een smurf te zijn die ik de dag ervoor al cadeau had gekregen: de cadeau–smurf, die een groot cadeau aanbiedt in een feestelijke gele doos met een rode strik eromheen. Nu had  ik dus twee cadeau-smurfen. Ik heb ze een tijdje tegenover elkaar gezet zodat het leek of ze elkaar een cadeau aanboden, maar dat werd na een tijdje onbevredigend omdat geen van beide het cadeau van de ander kon aannemen, want dan zou zijn eigen cadeau immers op de grond vallen. Daarom moest ik wat anders bedenken. Wat zou er in dat cadeau zitten, vroeg ik me af en meteen ging mij een licht op. Ik kon dat gewoon controleren, want ik had er toch twee! Het was niet erg als ik er eentje kapot maakte. Met het fruitmesje peuterde ik een cadeau open en daardoor weet ik nu eindelijk, na al die jaren dat de cadeau-smurf bestaat, wat erin zit. Er zit plastic in.
Op de vensterbank heb ik nog drie oude smurfen staan en mijn nieuwe cadeau-smurf heb ik daarbij gezet. Gezellig. Wat dan echter meteen opvalt, is dat de nieuwe Albert-Heijnsmurf niet bij de oude modellen past. Hij is wat kleiner en van hard plastic gemaakt in plaats van latex, waar de oude smurfen van gemaakt zijn en waar je zo lekker op kunt kauwen. 
Nee, dan deed de vorige producent van smurfenpoppetjes het beter. Dat was het bedrijf Schleich, dat ook boerderijdieren, savannedieren en uitgestorven dieren van latex maakt. Zij hadden de smurfenproductie overgenomen van het vorige bedrijf, waarvan ik de naam niet ken, maar daarbij niet met de schaalgrootte gesjoemeld. Hulde daarvoor, temeer omdat de smurfen eigenlijk niet passen  bij de andere latexdieren van Schleich. Een smurf is namelijk volgens Wikipedia drie appels hoog en een Schleich-olifant is nog geen twee smurfen hoog. Nu moet ik de eerste olifant van zes appels hoog nog tegenkomen.
Albert Heijn heeft dus nieuwe smurfen laten maken en het hele smurfenprogramma daarbij aangepast, maar wat ik niet begrijp is dat ze haverwege zijn gestopt. Als je iets helemaal aanpast, moet je het ook goed doen, vind ik. Waarom niet de gelegenheid te baat genomen en wat nieuwe smurfentypes erbij verzonnen in Albert Heijn-stijl bijvoorbeeld? Ik noem bijvoorbeeld een Cees van der Hoeven-smurf. Andere opties zouden bijvoorbeeld kunnen zijn de Balkenende-smurf in plaats van de brilsmurf, Peter R. de Smurf als moppersmurf en Joran van der Sloot als Gargamel.
Ziehier wat redenen waarom ik de laatste dagen stop met winkelen bij 14 euro 95. Weet je wat? Vanavond ga ik boodschappen doen bij de Dirk. 

19 december 2007

Eéndags-secretaris

Secre_1 Sinds kort heeft onze secretaresse elke woensdag vrij en op die dag moeten wij zelf de telefoon aannemen. Vaak is dat best leuk, maar soms zitten er mensen tussen in wier familie pas kort geleden het rechtop lopen lijkt ingevoerd.
Vanochtend belde er bijvoorbeeld een man die een vriend een abonnement op ons blad cadeau wilde doen. “Maar nou heb ik een probleem”, zei hij, “Een andere vriend wil hem ook misschien een abonnement cadeau doen. Hoe lossen we dat op?”
Ik zei dat we wel een van de twee abonnementen ongedaan konden maken als het probleem zich voor zou doen en gaf hem nog het advies om even met die andere vriend te overleggen. Vreemd dat hij daar zelf niet op was gekomen.
Een andere man belde met een vondst. Hij had een “smetteloze uitgave” van ons eerste nummer uit 1914 gevonden. “Werkelijk puntgaaf! Het blad ziet eruit als nieuw!”, zei hij en hij wilde het aan ons van de hand doen voor maar 100 euro. Nu hebben wij zelf al een paar originele eerste nummers uit 1914 , maar we hebben ook een paar jaar geleden voor ons jubileum het eerste nummer laten herdrukken. Die herdruk hebben we destijds bij een jubileumnummer gedaan en er zijn dus duizenden van verspreid. Waarschijnlijk had deze man zo’n herdruk te pakken. Ik durfde niet te vragen hoeveel hij ervoor betaald had.
En dan kregen we nog een e-mailtje van een man die zijn website met foto’s aanprijst en daarna ineens ter zake komt:
“Maar nu komt het: jullie vonden mijn  werk denk ik ook wel interessant want plotseling vond ik mijn beelden  terug in de galerie op jullie website. Op zich best leuk natuurlijk dat je werk opvalt  en wordt gewaardeerd maar dat er gebruik van wordt gemaakt zonder dat er  toestemming voor wordt gevraagd, vind ik toch een beetje kort door de bocht.  Volgens mij mag dat eigenlijk helemaal niet.”
Nee, natuurlijk mag dat niet en we zouden dat ook nooit zonder zijn toestemming doen. Toevallig heeft hij ons een paar jaar geleden zelf die beelden gestuurd met het verzoek ze op de website te plaatsen. Zo werkt onze galerie namelijk.
Dit soort mensen moet de secretaresse dus elke dag te woord staan. Best een leuke baan!

1 juni 2007

Schuimvirus

CampMet kippenvel heb ik een presentatie gezien van een bureau dat een reclamecampagne heeft bedacht voor cappuccinoschuim van Campina. Dat bedrijf wilde al langer met kant-en-klaar schuim voor cappuccino op de markt komen, maar nadat men in het Research & Development laboratorium dagenlang met uiers had geschud zonder dat er blijvend schuim uitkwam, hebben ze een spuitbus met melkschuim moeten ontwikkelen. 
Het is lang geleden dat ik zo’n zinloos product heb gezien en ik was dan ook benieuwd hoe het reclamebureau zoiets aan de oen probeert te brengen. Het product is gericht op domme mensen met een slechte smaak en de campagne sluit daar naadloos bij aan.
De naam van het reclamebureau is in dat opzicht ook zeer passend. Het heet namelijk “Viral Creations”. Ik dacht eerst dat dit een groep opegegeven aids-patiënten was die zich op zijn laatste benen zonder condoom in het darkroom-circuit aan de serie-erotiek wijdde, maar goed, het is dus een reclamebureau. Een ‘viral’ is trouwens een grapje of filmpje dat je via internet naar mensen stuurt, die het dan weer naar anderen doorsturen zodat het ding zich als een olievlek of een virus verspreidt. Daardoor is je reclame bijna gratis. Mensen die dergelijke dingen doorsturen, laten zich gratis gebruiken.
Hoe kun je een grote groep oenen gratis gebruiken? Inderdaad, met behulp van Frans Bauer. In de viral zie je dus Frans koffie zetten voor mensen, maar die mensen vinden er niks aan, want in het huis ernaast wordt koffie opgeschuimd met de schuimspuitbus van Campina.
Mocht ik ooit deze viral per e-mail doorgestuurd krijgen, dan haast ik me naar het privé-adres van de stuurder en doordrenk hem, of het nu een goede vriend, een kennis, een geweldig persoon of Frans Bauer zelf is, zonder pardon ter plekke in urine.

30 maart 2007

Jezus Nachtwey

NachtwGisteren werd in het Amsterdamse fotomuseum Foam de expositie Testimony geopend met foto’s van James Nachtwey. Hij heeft de afgelopen twintig jaar in de brandhaarden van de wereldgeschiedenis zijn leven gewaagd om foto’s te maken van oorlogen en conflicten. Met zijn werk probeert hij de publieke opinie te mobiliseren en zo het einde van een conflict te bespoedigen. Daartoe fotografeert hij de slachtoffers van de zwartste kanten van het menselijke karakter. Hij noemt zichzelf dan ook een anti-oorlogsfotograaf en vertoont, door de dienstbare houding jegens de geportretteerden, Messiaanse trekken omdat hij het wereldleed van zijn schouders naar de onze wil overbrengen.
Gisteren werd hij geïnterviewd voor een select gezelschap van mediamensen en die behandelden hem met het grootste respect. Het leek wel of Mahatma Ghandi met een camera uit Nirvana was teruggekeerd of dat de Dalai Lama zich met oorlogsfotografie was gaan bezighouden. De aandacht in de media voor zijn werk is overweldigend en als hij zich ergens vertoont, wordt hij besprongen door journalisten en collega-fotografen die over hem willen publiceren.
Nachtwey deed gisteren door al die aandacht denken aan die jongen uit de deodorantreclame die wordt achtervolgd door honderden, van begeerte hysterisch geworden vrouwen. Uit een bijenkorf van klikkende en flitsende fotografen, stak zijn onverstoorbare hoofd als een madeliefje in een klaverveld naar buiten.
Dit circus herhaalt zich in elke stad waar hij zich officieel vertoont en tijdens interviews worden hem dan steeds dezelfde diepgaande vragen gesteld. Die vragen gaan over het leed dat hij fotografeert, de zwarte kant van de mens, zijn eigen angst als hij zich in gevaarlijke situaties begeeft en van James wordt dan verwacht dat hij er een uitgebalanceerd, filosofisch verantwoord antwoord op geeft.
Dat doet hij met verve en je kunt zien dat hij er inmiddels ervaring in heeft. Als hem wordt gevraagd wat hij vindt van beeldmanipulatie zegt hij bijvoorbeeld: “Ik hoef niet te manipuleren, want ik kan toch niets verbeteren aan de authentieke emoties van de mensen die ik fotografeer.”
Over de overweldigende media-aandacht zegt hij: “Ik heb mijn hele carrière geprobeerd om zo onzichtbaar mogelijk te zijn en nu zit ik hier voor een zaal vol bewonderaars.”
Hoe zou het zijn om een dergelijke behandeling regelmatig te ondergaan? Zou hij het leuk vinden? Zou het goed betalen? Zou hij het rechtvaardigen met de gedachte dat het de slachtoffers van conflicten een stem geeft? Zou hij de aandacht en weelde aankunnen of zou hij ervan naast zijn schoenen gaan lopen?
Het antwoord weet ik niet, want geen enkele journalist heeft ernaar gevraagd, maar gelukkig is er een uitgelezen mogelijkheid om erachter te komen. We kunnen het zien aan zijn toekomstige foto’s. 

8 november 2006

Denk aan de vogels

ParkWij noemen vogels ‘onze gevederde vrienden’, maar zij noemen ons ‘onze behaarde vijanden’. Zij hebben namelijk veel meer last van ons dan wij van hen. Gelukkig zijn er steeds meer mensen die zich om het lot van de stadsvogels bekommeren. Vroeger werd het afgeraden of was het zelfs niet toegestaan om stadsvogels in de winter te voeren, maar tegenwoordig wordt het aangemoedigd door de vogelbescherming. De mus is namelijk aan het uitsterven en dat gaat minder snel als de mens hem voert. De grootste nieuwe vijand van de mus is overigens de kruimeldief, want die zuigt tegenwoordig alle broodkruimels van het tafellaken terwijl mensen vroeger het laken uitklopten in de tuin zodat mussen de kruimels konden opeten. De vogelbescherming zou een campagne tegen de kruimeldief kunnen beginnen of een taffellakenuitklopstimuleringsbeleid kunnen gaan voeren.
Bij de vogelbescherming kun je tegenwoordig dozen met vogelvoer kopen en die zijn niet duur. Je kunt natuurlijk ook gewoon op de markt voerbollen en zakjes met aardnoten kopen en die buiten ophangen. Mijn teerbeminde heeft dat onlangs gedaan en op haar balkon wordt het uitzicht nu omlijst door strengen met voederballen en apenootjes in zakjes van plastic gaas.
Daardoor heb ik vanochtend samen ontbeten met een zwerm kool- en pimpelmeesjes en dat was erg gezellig. Ze werden echter na een tijdje weggejaagd door grotere vogels, al bleef één koolmeesje moedig tot het eind zitten. Het heette Helmut, Helmut Koolmees, maar toen er een invasie kwam van knalgroene halsbandparkieten, moest ook hij het veld ruimen.
Die halsbandparkieten komen nu in het wild voor in Nederland omdat zij eerst door mensen zijn gehouden in kooitjes, waarvan die mensen later per ongeluk het deurtje hebben laten openstaan. Nu bedreigen zij de populatie van stadsmezen in Nederland. Gelukkig wil Geert Wilders iets gaan doen aan die invasie van halsbandparkieten en zijn medewerkers gaan ze aan de grens tegenhouden, niet in de laatste plaats omdat ze, zowel qua coupe als kleur, schaamteloos het kapsel van Geert nabootsen. Goeie argumenten heeft hij toch altijd, die Geert.

31 oktober 2006

Telepathisch jutten

TelepaAls je in het centrum van Amsterdam iets op straat wilt zetten dat niet in een vuilniszak kan, moet je het ‘Grof Vuil’ bellen. Die vragen dan wat je buiten gaat zetten en komen het de volgende dag ophalen. Ik bel ze altijd keurig, vooral omdat ik het zo leuk vind om nadat ze de telefoon hebben opgenomen, te vragen: ‘Spreek ik met Grof Vuil?’ en ze dan ja te horen antwoorden. Maar eigenlijk is dat telefoontje zinloos, want ik heb het nu al vijf keer in mijn leven gepleegd en nooit was het nodig dat ze kwamen. De ochtend erna was alles wat ik had buitengezet namelijk altijd al verdwenen door de inspanningen van de stadsjutters. Dat zijn mensen die op afstand aanvoelen als er ergens iets wordt buitengezet dat meer dan een euro vijftig kan opbrengen en zich dan snel naar die plaats teleporteren om het weg te grissen voordat een collega dat kan. 
Vorig jaar zette ik een oude kapotte koelkast buiten die zwarte vloeistof lekte en zoveel radioactieve straling verspreidde dat linkse demonstranten vaak bij mij aanbelden om te vragen of ze zich aan die koelkast mochten vastketenen.
Ik zette hem ’s avonds buiten en liep weer naar binnen. Ik had eerst even de straat in gekeken en die was donker en verlaten. Ik liep de trap op naar mijn appartement en toen ik bovenkwam en door het raam naar buiten keek, zag ik iemand met een betonschaar de ijzeren warmte-afvloeiingsbeugels van de achterkant van de kast knippen, waarna hij ze op zijn fiets laadde en vertrok. Ik bukte me, maakte de veters van mijn schoenen los en keek voordat ik ze uittrok nog snel even naar buiten. Daar was een andere stadsjutter bezig om met een koevoet het spaanplaten plateau van de bovenkant van de koelkast af te wrikken. Ook hij was snel weer verdwenen met zijn buit.
Mijn telefoon ging en ik nam hem op. Het bleek iemand te zijn die een verkeerd nummer had gedraaid en mij daar de schuld van gaf, zoals gebruikelijk is in Amsterdam. Snel gooide ik de telefoon neer en rende naar het raam, want tijdens het bellen had ik buiten wat gerommel gehoord. Helaas was ik te laat, want wat er nog was overgebleven van de ontmantelde koelkast, was nu helemaal verdwenen.
De ochtend erna moeten de puinkabouters van het Grof Vuil daar met afhangende schouders en vochtige ogen naar het lege trottoir hebben staan staren, de stakkers.
Gisteren zette ik weer wat ouwe meuk buiten: twee vastgelopen en door de gestolde inkt volkomen onbruikbare printers van een verouderde generatie die niemand meer wil hebben omdat je tegenwoordig voor een fractie van de BTW die die printers moesten opbrengen een tien keer betere machine koopt. Het was 00:00 uur en ik keek nog even de straat in: volkomen donker en verlaten. ‘Deze keer zal er toch echt niemand langskomen en zijn energie verspillen aan die rotzooi’, wist ik zeker, maar nog voordat ik het raam had kunnen bereiken om naar beneden te kunnen kijken, waren beide machines weg en was degene die ze had meegenomen aan geen enkele horizon meer te bekennen.
Daarom weet ik het nu zeker: stadsjutten is pure telepathie.

18 oktober 2006

Moderne P.R.

ConducGisteren was ik op een perspresentatie in een oude stationsrestauratie. Ze hadden tafels neergezet waarop nieuwe technische producten stonden en daarachter stonden mooie meisjes met alles erop en eraan die geen verstand hadden van die producten. Gelukkig konden ze wel interessant vertellen over het weer.
Tussen de gasten door zeilde een vent die gekleed was als een conducteur uit de jaren vijftig. Even voor de jeugdige lezers: de jaren vijftig waren een prachtdecennium. Je hoefde de achterdeur nooit op slot te doen, je fiets niet af te sluiten, je kon spruitjes krijgen in het restaurant, er werd gedronken met mate, als vrouw hoefde je niet naar kantoor, computers liepen nog op stoom en er werd nog met de hand gemasturbeerd.
De nepconducteur gedroeg zich alsof hij uit de jaren vijftig kwam. Hij sprak heel ouderwets en deed overdreven gedienstig. “Weledele heer, als ik u op enige manier van dienst kan zijn, verzuimt u dan niet dat aan mij kenbaar te maken”, zei hij bijvoorbeeld tegen mij met een air van: kijk eens hoe leuk ik ben. Ik wist me geen houding te geven en had helemaal geen zin om leuk mee te doen. Ik had eerder zin om hem pijn te doen of zijn broek naar beneden te trekken.
“Onverwijld breng ik u de consumptie die u zojuist bij mij heeft besteld: ziet aan, een glas versche cola”, zei hij terwijl hij met zijn houten spiegelei zwaaide. Er was ook nog een pr-meisje dat naar mij toekwam en zei: “Komdu uit Lembarreg? Dattoor ik net aanuw aksant! Dafinkleuk, wandik kom namelijk zallef uit Vanraay!”
Potverdorie, waar was ik nu toch weer aangeland? Ik wist niet hoe gauw ik weg moest komen en maakte me snel uit de voeten, waarbij ik in de gauwigheid vergat om een smoesje te verzinnen.   

10 oktober 2006

Bereiden

CroquetElke ochtend fiets ik langs een Haarlems eethuisje en daar staat een bord buiten met reclame voor kroketten. Dat hebben ze speciaal laten maken. Er staat een foto van twee kroketten op, zo te zien een mannetje en een vrouwtje, en ze hebben er in Oud-Hollandse letters een tekst op laten zetten: Amsterdamsche croquetten. Die bakken wij niet, die bereiden wij.
Om zo’n bord ga je natuurlijk niet keihard staan te lachen daar in de zaak, maar stiekem vind ik het wel grappig. Volgens mij bereid je een kroket voordat je hem bakt. Als je dus een kroket krijgt die wel bereid is maar niet gebakken, raad ik de consument aan om die niet te consumeren en zeker niet op te eten. ‘Bereiden’ is een netter woord dan ‘bakken’ en daarom straalt dat meer klasse uit in een krokettenreclame. Dat is geloof ik het doel van die slogan. Maar waarom moeten kroketten in vredesnaam klasse uitstralen? Het blijft toch gewoon vleessnot met een laag oude broodkruimels, hoe geaffecteerd en netjes je er ook over doet en in een sterrenrestaurant lachen ze je uit als je er eentje bestelt, hoeveel sch’s, c’s en q’s je ook toepast om de kroket een groter aanzien te geven.
Ik heb in die zaak nog nooit een ‘Amsterdamsche croquet’ gekocht, maar mocht ik dat ooit doen, bijvoorbeeld omdat ik een week niet heb gegeten, dan vraag ik zeker of ze hem ook even willen bakken.

14 september 2006

Bedrijfsadvies

Kravatak_5In 1998 heb ik drie maanden gewerkt in een organisatie-adviesbureau. Ze begeleidden daar managers van grote bedrijven die problemen hadden. Die werkten bijvoorbeeld in een team en luisterden niet naar elkaar. Ze volgden de gemaakte afspraken bovendien niet op. De begeleiders moesten dan zeggen tegen die managers: ‘Volgens mij wíllen jullie helemaal geen team zijn!’ en kregen daar dan 250 gulden per uur voor. Als ze een paar weken met die managers praatten, ging het beter met het team en werden ze vrolijk bedankt.
Ik begreep er allemaal niets van. Ook begreep ik niets van de vergaderingen die ik bijwoonde, weet ik tot op de dag van vandaag niet wat het ‘hanteren van kennismanagementsmodellen’ inhoudt, begrijp ik niets van de doorstroomschema’s en profielen die gemaakt werden om de structuur van een bedrijf te verduidelijken en snap ik niet waarom de oplossing van alle problemen in bedrijven moest inhouden dat je onzin die een Amerikaan heeft verzonnen moet ‘implementeren’ in een Nederlands bedrijf. Want dat is wat organisatie-adviesbureaus voornamelijk doen.
Gelukkig heb ik daar drie maanden toneel kunnen spelen en heeft niemand gemerkt dat ik er niks van snapte en dat ze wat mij betreft net zo goed Kantonees met een Sanskriet-accent hadden kunnen spreken. Gelukkig ben ik daar net op tijd opgestapt.

15 augustus 2006

Dankzij de cavia

CaviaTijdens een geheime, stiekeme inspectietocht in het huis van mijn vriendin, vond ik onderin een la een medisch vakblad. Daarin stond een interessant artikel dat haar vader geschreven heeft en in de eerste alinea’s wordt de geschiedenis van het uitstrijkje behandeld. Zeer interessant leesvoer is dat en ik raad iedereen aan om zich daar eens in te verdiepen. Het eerste uitstrijkje werd gemaakt in 1914 bij een cavia (stelt u zich eens een man voor die de hele dag uitstrijkjes zit te maken bij cavia’s) en het geweldige potentieel van deze onderzoeksmethode werd meteen duidelijk. Negen jaar later was de methode geperfectioneerd en kon hij op de mens worden toegepast. Inmiddels is de techniek zo ver gevorderd dat specialisten alles aankunnen, maar in het artikel stond niet wie op het idee is gekomen om bij Erika Terpstra een surfplank te gebruiken. Dat staat waarschijnlijk in deel twee.

7 juni 2006

Nieuw hotel

HotelAan de rand van het stadje Taormina staat, op een heuveltop met uitzicht op enkele andere heuveltoppen en een prachtige baai, hotel Capo dei Greci. Het is een in smaakvolle, oude stijl opgetrokken gebouwencomplex waaraan je kunt zien dat Italianen wel mooie nieuwe dingen kunnen bouwen, waar Nederlanders zich tijdens het bouwen vooral bezig lijken te houden met het bewaken van het budget.
Dat het hotel splinternieuw is, was dan ook niet aan het gebouw te zien, maar eerder aan het personeel. De barmensen keken je woest aan als je een bestelling deed met een uitdrukking alsof je net had geprobeerd de snor van hun moeder met grof geweld te epileren. Ik kreeg kamer 1202, maar de sleutel die ze me gaven paste niet op de deur. Hij paste wel op die van kamer 1204, die een mooier uitzicht had en waar ik vervolgens de drie nachten heb gelogeerd, nadat ik bij de receptie geen werkende sleutel van 1202 kon krijgen. Later hoorde ik van drie collega’s dat hen iets soortgelijks was overkomen en van één collega dat er om zes uur ’s ochtens een monteur bij hem aanklopte die de douchekop kwam aanbrengen.
Het hotelpersoneel sprak overigens nauwelijks Nederlands en al helemaal geen Engels zodat je ze niet veel kon duidelijk maken of vragen. Ik vroeg bijvoorbeeld aan een receptionist: Where can I have breakfast? en toen haalde hij er een vent met een woordenboek bij. Die kwam er niet uit en toen werd de hoofdreceptionist opgepiept, die wel Engels sprak. Ik vroeg waar de ontbijtzaal was en hij keek mij zeer verongelijkt aan. Met gefronste wenkbrauwen vroeg hij: ‘De ontbijtzaal?’ Ik zei: ‘Jaja, de ontbijtzaal, oftewel de ruimte waar het ontbijt ’s morgens wordt geserveerd, collazione, je weet wel.’ De man keek me even lang aan en was zeer verbaasd dat ik hem die vraag stelde. Hij gedroeg zich alsof de ene helft van een siamese tweeling hem had gevraagd waar zijn tweelingbroer was. Met een stem waarin verbazing en ongeloof doorklonken, legde hij mij uit hoe ik bij de ontbijtzaal kon komen, terwijl hij mij bleef aankijken om te zien of ik hem niet in het ootje nam.

Sicilië

Regenbooglamp_2Sicilië stond al heel lang op het lijstje van plaatsen die ik graag eens zou willen bezoeken. Vorige week mocht ik er een paar dagen heen als gast van een bedrijf. Het was er nog leuker dan ik me had voorgesteld, maar ook heel anders. Zo wist ik dat de maffia nog steeds veel macht heeft op het eiland en hoopte ik op een live afpersing in de horeca, een seriële afrekening op de trappen van een kerkje of als waarschuwing een afgezaagd hoofd van een renpaard in mijn hotelbed.
Niets van dat alles gebeurde en de onguurste Siciliaan die ik ben tegengekomen was een steward van Alitalia met een onduidelijke seksuele geaardheid die op zijn naambordje Luigi Capone had staan en verder heel aardig was.
In het wonderstadje Taormina bezochten wij een restaurant met een onguur uitziende eigenaar. Hij was dik, had een hoge hese stem en in zijn jasje meende ik duidelijk de contouren van een pistoolholster te kunnen zien. Tussen de soep en het hoofdgerecht kwam hij dreigend op ons tafeltje af. Het angstzweet brak mij uit en ik omklemde uit voorzorg snel mijn nagelvijl, waarmee mijn neef ooit eens uit zelfverdediging een vliegtuig heeft gekaapt. De man liep echter langs en begaf zich naar de ingetogen spelende pianist die een cha cha cha-liedje had ingezet. Van een tafeltje nam de baas vier sambaballen en schudde daarmee het ritme mee. Na het refrein van het liedje zaten drie ritmische accenten, cha cha cha inderdaad, die hij met zijn ballen synchroon probeerde mee te rammelen, maar hij kwam steeds te laat: na elke cha cha cha hoorde je zodoende nog even snel ‘flud flud flud’. Het was heel grappig, maar uit lijfsbehoud lachte ik maar niet.
Ik begreep hoe dan ook erg weinig van de manier van doen van de Sicilianen. Ze leken me best aardig, maar als ze met elkaar spraken, leek het net of ze stevige ruzie hadden. Je zag ze uit hun auto stappen en daarna enorm bekvechten met handgebaren die aan de honderd meter vrije slag deden denken. Na een paar minuten groetten ze elkaar dan weer en stapten zichtbaar opgelucht en verjongd weer in hun auto. Elk volk heeft natuurlijk toch weer een andere manier van met elkaar omgaan, maar bij de Sicilianen lijkt het alsof ze op de lagere school onderwezen worden in vulkanisme.
Gelukkig voor de Sicilianen is dat iets heel anders dan een kort lontje.

19 mei 2006

Communicatiedeskundige

Waar hebben we communicatiebureaus eigenlijk voor nodig? Dat vraag ik me al een tijdje af. Steeds als ik ermee te maken heb, valt me op hoe slecht ze hun werk doen en hoe stuitend weinig verstand van zaken ze hebben. Ze vertalen persberichten verkeerd en ze bemoeilijken het contact alleen maar zodat je vaak besluit om ze niet eens meer te bellen of maar geen aandacht aan hun opdrachtgever te besteden. Deze week wilde ik bijvoorbeeld even iemand van een groot fotostockbureau interviewen. Ik belde netjes het communicatiebureau en vroeg of ik even tien minuten met die en die uit Engeland kon praten. Toen begon me toch een carrousel van heen en weer getelefoneer en geë-mail, niet te geloven. Het bureau moest eerst uitzoeken of hij wel de meest geschikte kandidaat was, terwijl ik zelf al had gezegd dat hij de enige was met wie ik wilde spreken. Daarna wilden zij de vragen die ik de persoon zou stellen inzien, ik moest mijn cv opsturen en een profiel van het blad waarvoor ik hem wilde interviewen. Ook wilde men weten hoe ik het desbetreffende fotostockbureau kende. Nu werk ik voor het grootste en oudste fotografieblad van Nederland en wij hebben al talloze artikelen geschreven over dat bureau. Ik antwoordde dus dat ik het kende uit ons eigen blad en van mijn eigen artikelen. Aan de andere kant van de telefoon werd druk geschreven.
Met mijn aanvraag zijn ze een hele week bezig geweest en nu is het eindelijk zover: ik mag vanochtend de persoon in kwestie bellen! Dat werd mij bevestigd in een e-mailtje dat ik net kreeg van het communicatiebureau. In die e-mail staat dat hij mijn telefoontje om elf uur Engelse tijd verwacht. 'Dan moet je dus om tien uur Nederlandse tijd bellen, Robert', schrijft de communicatiemiep.
Ik heb haar net maar even gebeld om nog even te vragen of het niet twaalf uur moet zijn omdat het in Engeland een uur vroeger is. O inderdaad sorry zei ze en ik vroeg meteen ook maar even het andere ding dat ze vergeten was: het aan mij meedelen van het telefoonnummer dat ik moest bellen.

16 mei 2006

Vegetarische drop

Laatst wilde ik met Womblewoman een fles wijn testen, maar er was geen wijn in huis en ook geen fles. Albert Wijn was dicht, om over de slijterij maar niet te spreken. Daarom gingen we naar de avondwinkel die tot middernacht open is. Het was kwart over acht en hoe hard we ook aan de deur van de winkel trokken, hij ging niet open en er hing een groot bord 'Gesloten' aan de binnenkant.
Even later werd de deur toch voor ons geopend door een Surinaamse jongen met een schrobborstel in zijn hand. "Wij willen wijn", zeiden we en toen liet hij ons binnen. "Sorry, in het kader van de verbouwing, zijn wij wat eerder dicht", zei hij, "Maar we hebben peperwijn voor jullie!" Dat wilden wij helemaal niet, want we wilden gewone wijn. Gelukkig had hij die ook en we pakten een fles uit de koeling. "Ik heb ook bier! Heel lekker bier, gebrouwen van Surinaamse rijst", zei hij terwijl hij mij van dichtbij aankeek met zijn vergrote pupillen. Ik wilde vragen of hij ook pap had van Surinaamse rijst, maar nam wat flesjes om zijn stroom van tweedehandsautoverkoper-achtige superlatieven tot stilstand te brengen. Hij tastte achter de toonbank in een mandje. "En drop hebben we ook. Hele speciale drop! Vegetarische drop! Hier proef maar." Hij reikte ons twee dropjes in een papiertje aan. "Kijk, er zit een rood papiertje omheen. Ik heb ook drop met een wit papiertje erom, maar die is heel gewoon. Deze drop is zeer speciaal, want hij heeft een verrassingsvulling. Normaal kost hij één euro per dropje, maar jullie krijgen een dropje gratis."
We rekenden af en liepen vol verwachting naar buiten. Snel haalde ik het papiertje van mijn dropje af en stak het in mijn mond. O, wat zou die speciale vulling zijn? Sprinkhanenhersenen? Vogelspintestikels? Mensendril?
na een paar keer kauwen, merkte ik dat er helemaal geen vulling in die drop zat en na nog een paar keer kauwen, merkte ik dat het geen drop was, maar een gewone carameltoffee.
Volgens mij had die jongen drugs gebruikt of bedwelmende schoonmaakmiddelen ingeademd. Of is 'vegetarische drop' soms Surinaams voor carameltoffee?

24 april 2006

Miss Vreetkick

In de Thalystrein zijn boven de stoelen donkere glasplaten gemonteerd. Daarin zie je mensen weerspiegeld die rijen verderop zitten, waardoor je ze kunt bekijken zonder dat ze het doorhebben. Een fijne ontwerpfout. Mensen gedragen zich heel anders als ze niet weten dat ze geobserveerd worden. Wat zitten ze bijvoorbeeld veel en vaak aan hun kruis! Nog meer dan in hun oren!
Drie rijen verderop zat een zeer dikke jonge vrouw die aan het begin van de reis in een microfoon zat te praten. Tenminste dat dacht ik, want toen ze die microfoon ineens midden in een zin in haar mond stak, zag ik pas dat het een reuzelollie was. De volgende drie uur van de reis bleef ze gewoon dooreten en ik stelde me voor hoe het er in haar maag en darmen zou toegaan. Chocola met tomatensaus zou daar rustig tussen de spekkievlokken, saucijzeworstextracten in frambozengelatine, slappe patat met slagroom en lollieresten zwemmen in een bad van Cola Light en van de ondoordachte combinatie van rare met ongezonde snacks, zouden haar darmvlokken ongetwijfeld aan het kotsen komen.
Eén uur voor aankomst stopte ze ineens met grazen. Ze viel met haar hoofd achterover in het Thalyspluche en de kruimels in haar mondhoeken trilden zachtjes op het ritme van haar gesnurk. 'Is ze nu flauwgevallen?', vroeg ik aan mijn wondervrouw, die naast een aangeboren talent voor de menselijke psyche ook nog psychologie gestudeerd heeft, maar zij schudde serieus en beslist haar hoofd van links naar rechts en zei: 'Nee, ze is aan het herkauwen.'
Toen de vrouw even later weer wakker werd en aan haar derde plastic megatas met cholesteroltrofeeën en suikerbommen begon, vond ik het jammer dat ik geen stuk chocola bij de hand had. Het had me namelijk zo leuk geleken om daarmee naar haar toe te gaan en te zeggen: 'Mevrouw, ik heb hier een stuk chocola waar ik geen zin meer in heb. Heeft u misschien nog een plaatsje vrij?'
Daar had ik best een klap in mijn gezicht voor over gehad.

4 april 2006

Meligheidsblunder

De leesbril van mijn collega viel net bijna van zijn hoofd, want hij las toevallig een artikel van zichzelf terug dat een half jaar geleden is gepubliceerd. Het was door mij gecorrigeerd en ik had er een geweldige blunder aan toegevoegd, terwijl het oorspronkelijk foutloos was.
Als eindredacteur van een fotoblad moet ik nauw samenwerken met de vormgever. Omdat die tweehonderd kilometer verderop woont en werkt, gaat ons contact via internet. Hij stuurt mij pdf'jes van artikelen die ik moet bekijken en ik stuur die naar hem terug met correcties erin. Die zet ik op een soort virtuele notitiebriefjes en dan plaatst hij ze in het artikel. Om ons werk, dat vaak uitputtend en frustrerend is vanwege de drukkende deadlines, wat aangenamer te maken, zetten we op die biefjes vaak de meligste kwatsj om de moraal hoog te houden. Het is de bedoeling dat niemand dat ziet, maar een half jaar geleden is het dus verkeerd gegaan en heeft hij zo'n melig ding toch per ongeluk door tijdsdruk in het blad geplaatst. Het is een zin die ik uit opperste meligheid heb toegevoegd aan een serieuze cameratest. Hieronder is een stukje te lezen en wat ik heb toegevoegd is cursief.
'Het scherm heeft een hoge resolutie en de beelden zijn inderdaad goed vanuit een schuine hoek te bekijken. Behalve met portret- en landschapsopnamen, beproefden we de camera ook op het voetbalveld. We schopten er een paar keer tegen en scoorden er verscheidene doelpunten mee.'
Nu, een half jaar na dato, heeft er nog niemand op gereageerd. Dan zijn we er waarschijnlijk gelukkig doorheen gezwijnd. Ik hoop dat er iemand om gelachen heeft.

Superferm

Gisteren was Leo F., de directeur van een grote camera-importfirma, bij ons op bezoek. Het is een klein mannetje, maar hij staat in de branche bekend om zijn ferme handdruk. Twee keer per jaar ontmoet ik hem en de tussenliggende periode is net genoeg om mijn hand te laten herstellen van die ontmoeting. Sjongejonge, wat kan die vent knijpen. Het is met geen pen te beschrijven hoe hard dat is en volgens mij houdt hij wereldwijd tientallen fysiotherapeuten aan het werk. Het is me een raadsel waarom ze geen dynamo aansluiten op die kerel, want met de kracht van zijn geknijp kun je een middelgroot ontwikkelingsland een jaar lang van energie voorzien. Een stuwmeer is er niks bij.
Gisteren, toen ik zag dat hij op het punt stond om afscheid te nemen, riep ik: 'Leo, tot de volgende keer', en vluchtte de wc in, zodat hij niet aan mijn hand kon komen. Toen ik even later de voordeur achter hem hoorde dichtslaan en de ontwortelde klink ertegenaan hoorde bungelen, deed ik pas de deur open en overzag wat hij mijn arme collega's had aangedaan. De één hield met een van pijn vertrokken gezicht zijn blauwe rechterhand vast terwijl de ander met zijn ontwrichte schouder tegen de muur stond aan te beuken om zijn arm weer in de kom te laten schieten. Collega drie stond ondertussen collega vier te masseren terwijl die met zijn pink, het enige lichaamsdeel dat nog een beetje werkte, de Fysiotherapeutische Alarmcentrale probeerde te bellen.
Ik rende naar de keuken en vulde twee emmers met water. In de ene gooide ik ijsblokjes en in de andere twee volledige strips Paracetamol. Het heeft gelukkig geholpen, want op dit moment zitten mijn collega's allemaal weer rustig te typen, zij het met één hand.

27 maart 2006

Loll-center

In de jaren vijftig stonden nog bijna nergens reclameborden. Je kreeg nog geen spam of irritante pop-ups op internet en bovendien moesten medewerkers van callcenters nog geboren worden. Dat was een tijd met veel voordelen. Tegenwoordig wil iedereen op elke hoek van de straat met slinkse psychologische methoden en door Amerikanen beproefde trucs geld van je lospeuteren. Als je thuiskomt en je trekt hijgend van het overstelpende reclame-overschot de deur achter je dicht, dan gaat de telefoon en is het een colporteur.
Ik ben wel eens onbeleefd geweest tegen zo iemand. Als ik dan de hoorn erop gelegd had, schaamde ik me daarna voor mijn eigen onaardigheid. Je krijgt namelijk mensen aan de lijn die liever niet dat werk zouden doen, maar gewoon proberen wat geld bij elkaar te schrapen om daar wat lol mee te hebben op de éénrichtingsreis van het leven. Daar moet je dus niet onaardig tegen zijn want dat is niet leuk voor hen en ook niet voor jezelf.
Vanochtend werd ik gebeld door een meisje met een buitenlands accent dat vroeg of ik wat vragen wilde beantwoorden met betrekking tot een reïntegratieproject voor werklozen. Ik zei dat ik dat heel graag wilde en vroeg wanneer ik die vragen dan kon beantwoorden. Wat? Nu al, nou kom maar op. De vragen waren heel gemakkelijk. Zij vroeg of ik iemand kende die werkloos was en die kende ik niet. daarna vroeg ze of ik zelf werk had en daar antwoordde ik ja op. Daaruit bleek voor haar dat ze niets aan mij had en ze bedankte me voor het interview. Ik zei lachend: veel succes en ik hoop dat de volgende beller wel veel werklozen kent en zelf geen baan heeft. Dat hoopte zij ook, zei ze, want ik was nu al de derde met werk. Lachend namen we daarna afscheid.
Zo ga ik het vanaf nu altijd doen, want daardoor hadden we allebei een geinig ervarinkje dat de dag leuker maakte.

22 maart 2006

Lente

Vanochtend is mijn baas erg opgetogen en in zijn nopjes. Hij heeft namelijk net gehoord dat zijn contactpersoon bij een bedrijf, een enorm stugge en humorloze vent waar hij voor geen millimeter zaken mee kon doen, is gepromoveerd. Daardoor krijgen we nu een contactpersoon die wel leuk en prettig in de omgang is.
Die gepromoveerde vent zal ook wel blij zijn met zijn promotie. Zo is iedereen blij en hiermee verklaar ik het lenteseizoen definitief voor geopend.

15 maart 2006

Oude niestruc

Heb je dat ook wel eens, dat je moet niezen als je net een boterham hebt gegeten? Dat moet je dan niet doen, want als je het wel doet, zitten overal vochtige broodkruimels: op de grond, op de tv, op de net gewassen ramen, op de huisdieren, op de schilderijen en op de visite. Kun je dat voorkomen? Jazeker, je moet gewoon als je het niezen voelt opkomen naar de keuken rennen en dan in de wasbak niezen. Ik ben een paar jaar geleden achter deze Oude Padvinderstruc gekomen, maar jullie kenden hem natuurlijk allang.

16 februari 2006

Handelsgeest

Vandaag vond ik een piepklein briefje in de brievenbus met tekst erop. Ik kon mijn vergrootglas niet vinden, maar met een verrekijker lukte het ook om het te lezen. Gelukkig! Gebruikte ik die ook eens. Er stond op:

Honduitlaatservice
Verantwoordelijk & betrouwbaar vrouw.
1e uur: € 10, daarna € 8
Bel ...........................

Zouden er mensen zijn die tegen deze betrouwbare vrouw zeggen: doe maar drie uur dan? Het uitlaten van een hond kost meestal een half uurtje of zo, dus dan ben je voor vijf euro klaar. Dat vind ik een beetje weinig geld voor zo'n betrouwbare vrouw om helemaal langs te komen. Daarom is het jammer dat het briefje niet wat groter was en dat er bijvoorbeeld nog een uitwerpseltoeslag op stond. Bijvoorbeeld: 1e drie plassen gratis, daarna € 1,- per plas (inclusief het markeren van het territorium). Stevige bolus: € 1,50 en diarree: € 1,- per 100 centiliter. Het besnuffelen van andere honden gaat van de uitlaattijd af.
Nee, deze betrouwbare vrouw was volgens mij geen Nederlander.

6 februari 2006

Mediagekte

Ik zet de tv aan en zie een reclame voor de Media Markt. Onze Nationale Edelhysterica Patty Brard zit op de bank en leest een brief voor die zogenaamd van een vrouw is die erover klaagt dat haar echtgenoot van die dure erotische dvd's koopt. Het advies van Patty is dat het echtpaar naar de Media Markt moet gaan en een videocamera moet kopen om zelf die films te maken. 'Dat kost je niks!' zegt ze meteen daarna. Dan komt ook nog de slotregel van de reclame in beeld: 'Media Markt. Je bent toch niet gek?'
Naar aanleiding van deze reclame wil ik als tv-kijker even opmerken dat ik inderdaad niet gek ben. Voor de prijs van een beetje videocamera kun je een stuk of honderd erotische dvd's kopen. Ik weet bijna zeker dat de Media Markt deze reclame gratis heeft gekregen. Kan niet anders. Ze zijn toch zeker niet gek?

17 januari 2006

Total Figee

Het industrieterrein waarop ons kantoor staat heet 'Figee' omdat de hijskranenfabriek die hier vroeger stond 'Figee' heette omdat de eigenaar daarvan Hendrik 'Figee' heette omdat zijn vader dezelfde achternaam had, snap je?
Bij de ingang van het terrein staat het oude portiershuisje nog en daarin woont een aardig mannetje. Dat mannetje heeft een idee bedacht: hij begint een bedrijf waarmee hij zich in dienst stelt van alle bedrijven die op het terrein zitten. Hij heeft er ook een naam voor bedacht: 'Total Figee Support'. Een paar dagen geleden is hij hier een zelf gekopieerd boekwerkje komen afleveren waarin alle diensten staan die zijn bedrijf kan aanbieden.
Hij heeft een busje en een aanhangwagen. Op pagina 3 van het boekje staat dat je het busje kunt huren en dat noemt hij dan: 'Total Figee Transport'. Een pagina verder besteedt hij aandacht aan het feit dat je de aanhangwagen kunt huren: 'Total Figee Cargo'. Weer een pagina verder komt een grote klapper: je kunt ook het busje en de aanhangwagen samen huren: 'Cargo Support Combinatie'. Er staan foto's bij van het busje en de aanhangwagen en ook de omschrijving van zijn andere diensten is rijk geïllustreerd met foto's. Overeenkomst tussen die foto's is dat de schaduw van de fotograaf er steeds mooi op staat. O nee, ik vergis me, want op de pagina waar staat dat hij 'Schoonmaak en Glasbewassing' kan verzorgen is een foto afgebeeld zonder fotograafschaduw. Het is een foto van zijn eigen huiskamer die inderdaad erg schoon en netjes is.
Op pagina 1 van het boekje staat een opsomming van zijn diensten: Graag willen wij ons inspannen om de opdracht van U te krijgen tot het verrichten van de volgende werkzaamheden: Groenonderhoud groenstrook en parkeerruimte, Beveiliging (Total Figee Security), Zwerfvuil ophalen, Glasbewassing, Interieurverzorging en Koeriers Dienst (Europa Wijd).
Koortsachtig denken wij nu na over een dienst die we hem kunnen laten verrichten.

6 januari 2006

Belangrijk

Als je aan een kind vraagt: 'Wat wil je later worden?', dan zegt het nooit: 'Belangrijk.' Toch willen veel mensen graag belangrijk zijn of het worden. Soms worden ze ongelukkig als ze niet belangrijk genoeg zijn in andermans of hun eigen ogen.
Ik wilde vroeger van alles worden, van amateur-astronaut tot topminnaar, maar heb nog
steeds niet echt iets bereikt. Toch ben ik nu officieel belangrijk! Een gerenommeerd journalist heeft namelijk onlangs een lijst opgesteld van de vijftig belangrijkste mensen uit de Nederlandse fotografiewereld en daar sta ik op. De belangrijken zijn op alfabet gerangschikt, dus er is geen rangorde, wat inhoudt dat iedereen die erop staat even belangrijk lijkt. Hoera! Eindelijk belangrijk! En we hebben een be en we hebben een lang en we hebben een rijk: belangrijk! belangrijk! belangrijk!
Belangrijk.

8 december 2005

Telefonisch misbruikt

De laatste tijd val ik regelmatig onverwacht van mijn fiets of barst in verstilde, stemmige gezelschappen, bijvoorbeeld op crematieplechtigheden van huisdieren, in lachen uit. Dat komt doordat een vriend van mij sms'jes stuurt naar mijn vaste telefoon. Die staat doorgeschakeld naar mijn mobiel, maar omdat het sms'je naar een vast toestel is verstuurd, wordt de boodschap netjes ingesproken door een neutrale vrouwenstem met de verkeerde intonatie. Hij laat die vrouw met zijn berichten de meest verschrikkelijke of belachelijke dingen zeggen. Ik zal ze hier niet herhalen, want ze zitten vol met inside humor, maar stel je voor dat die vrouw bijvoorbeeld heel netjes in keurig verzorgd ABN zegt: 'Ze hebben een handje zand in mijn endeldarm geworpen en er toen een zeldzame cactus achteraan geschoven.'
Ik krijg van dat soort dingen zodanig de slappe lach, dat er geen viagra tegen helpt. Het idee dat die dame geen idee heeft waarvoor ze allemaal misbruikt wordt! Hahaha! Try this at home!

28 november 2005

Dakloze geboortestadsgenoot

Vandaag stond ik te wachten op een trein die tien minuten later kwam omdat de NS de reizigers graag wat extra vrije perrontijd gunt (zo zullen ze 'vertraging' in 2020 omschrijven). Ik werd aangeklampt door een man die ongebruikelijk geurde en met blote voeten in veterloze schoenen liep zodat je zijn sexy paarse enkels goed kon zien. Hij had lang donker haar en zijn baard had drie verschillende kleuren bruin, waarvan er één door snot veroorzaakt werd. Hij vroeg: 'Zach monneer, heefdu musgien un bijdraache voor een daklooze?'
Verrek, dacht ik, een Maastrichtenaar. Ik ben slecht in accentje raden, maar het accent uit mijn geboortestad herken ik uit duizenden. Ik gaf de man een tientje, enerzijds zodat ik later hier zou kunnen opscheppen over mijn geweldige vrijgevigheid en anderzijds omdat ik de lijntjes bij het geven aan goede doelen graag kort houd sinds ik in de krant heb gelezen dat 1 miljoen van de Kosovo-hulp in handen van de Kosovaarse maffia en de Novib terechtgekomen is. De man bedankte mij niet, wat ik van klasse vond getuigen. Wel begon hij tegen me te ouwehoeren. 'Ik ban een achte Jordanees!' zei hij. 'Ik kom van achter de Wastortoore!' Ik weet nooit zo goed hoe ik me moet gedragen als mensen me dingen op de mouw spelden dus zei ik maar: 'De knievel vaan Lewieke, dat is toch zoene sjieke en 's aovends is heer hip, mèt die knievel op zien lip.' Knievel betekent snor in het Maastrichts en dat zinnetje komt uit een carnavalslied dat elke echte Maastrichtenaar kent. De ogen van de man lichtten op. 'Ooo! Komdu uijt Maastrich! Dafinkleuk zach!'
We raakten aan de praat en hij zei: 'Toen ik in het vreemdelingenlegioen zat, heb ik mijn maten bij bosjes zien sneuvelen! Met honderdveertigen tegelijkertijd!' Toen ik daar niet op inging zei hij: 'Maar eigenlijk ben ik helikopterpiloot. Overal heb ik gevlogen en hulp verleend, tot in Vietnam aan toe.' Weer reageerde ik daar niet op en liet hem rustig verder lullen, gewoon omdat ik geen idee had wat ik moest antwoorden. Hij kletste door en gaandeweg kwam er steeds meer waarheid in zijn verhalen. 'Meneer, ik heb alles meegemaakt in mijn leven en ik zou daarover een boek kunnen schrijven tot aan het plefon!', zei hij terwijl hij met zijn hand aangaf waar het denkbeeldige plafond zich bevond. 'Moord, doodslag en incest, ik heb het allemaal meegemaakt.'
De trein was inmiddels aangekomen en we namen samen plaats in een vierzitter. Hoewel het vrij druk was, hielden de andere mensen zich kies op afstand en zo hadden wij veel ruimte. Dat beviel mij wel, al onderdrukte ik de neiging om mijn treinkaartje doormidden te scheuren, beide helften tot propjes te friemelen en in mijn neusgaten te steken.
De man tastte in de binnenzak van zijn skijas en trok een blik bier van het merk 'Gouden Zegel' eruit en nam daarbij een stuk voering mee. 'Ik heet Stefanie', zei hij. 'Dat is mijn geboortenaam.' Ik zei dat ik een prinses kende die zo heette en toen was het even stil. 'Zeg, ken je die dakloze die altijd op blote voeten door de Waarderpolder loopt misschien?' vroeg ik. Hij keek me aan en lachte beminnelijk met zijn vier en een halve tand. 'Jazeeker, da's Gijs! Daar kan ik je verhalen van vertellen, zeg! Die is hartstikke gek! We waren een keer samen naar de Zeeman gegaan omdat ik had gezegd dat hij eens een nieuwe spijkerbroek moest kopen, want één keer in het jaar is dat wel nodig. Die van hem kon je rechtop zetten en er soep van koken. We gingen de winkel in, maar hij kocht geen spijkerbroek, nee, hij kocht een onderbroek! Bij de kassa trok hij zijn kleren uit en trok zijn nieuwe onderbroek aan. De oude, die inmiddels in kauwgum was veranderd, hield hij voor het kassameisje en hij vroeg haar of ze hem even wilde weggooien. Hartstikke gek, die Gijs!'
Toen we in Amsterdam waren aangekomen, bleef ik nog even met Stefanie op het perron staan praten. Hij vertelde dat hij jaren in het buitenland had gewoond en in 1999 weer in Nederland was teruggekeerd. 'Maar toen werd ik opgepakt door de Vreemdelingenpolitie. Ze zeiden dat ik hier illegaal was, terwijl ik Nederlander van geboorte ben. Inmiddels heb ik weer een Nederlands paspoort, maar ik leef nu al vijf jaar op straat. In het buitenland heb ik nooit een nacht op straat hoeven door te brengen. Nooit! Maar in dit geweldige Nederland doe ik het al vijf jaar.'
Stefanie en ik namen afscheid en toen ik vijftig meter verder was zag ik dat twee mensen in uniform hem aanspraken en hem sommeerden weg te gaan. Ik keek nog één keer achterom en zag de gebogen gestalte wegstrompelen tegen een achtergrond van vrolijke kerstversiering.

17 november 2005

Drop dead

Lekkere snoepjes, gebakjes en ander suikergoed zijn heerlijk, maar je wordt er niet echt gelukkiger van. Wat mij betreft mogen ze alle suikergoed in de fik steken of in de stoomboot laten liggen en die dan tot zinken brengen. Uit voorzorg haal ik nooit zoetwaren in huis, omdat ik er niet vanaf kan blijven. Dat gaat prima en ik heb geen behoefte aan zoet als ik het niet om me heen heb.
Maar nu heeft een of andere onverlaat een enorme pot Engelse drop hier op kantoor neergezet waar ik de hele dag al tegen zit te vechten. Omdat ik moeite moet doen om niet elke vijf minuten naar die pot te lopen, zit ik de hele tijd met Engelse drop in mijn hoofd. Gaat de telefoon: Engelse drop! Sla ik een bladzijde om: Engelse drop! Zet ik een punt achter een zin: Engelse drop! Raaaah! Ik kan er niet meer tegen. Gisteren heb ik me niet kunnen inhouden en toen heb ik zoveel Engelse drop gegeten dat ik na het werk in het verkeer een uur lang links heb gereden. Dat wil ik vandaag voorkomen, maar het is bijna onmogelijk. Engelse drop!

16 november 2005

Negerzoen

De fabrikant van negerzoenen gaat de gevoeligheid van de naam 'negerzoen' onderzoeken. Veel mensen nemen aanstoot aan die naam en daardoor heeft het bekende gebakje van surrogaat-plastic een slechte naam. Elke tien jaar is er weer commotie over de kleurlingkus en dan besluiten ze de naam toch maar te houden omdat er eigenlijk helemaal niets mis mee is en het zeker geen discriminerende benaming is. Misschien ontketent de fabrikant wel expres op gezette tijden commotie over de naam van de zwartenpakkerd zodat hij gratis reclame genereert. Als hij dat niet doet zou hij het toch eens moeten doen. Hij beraadt zich ook over een nieuwe naam voor de reuzenroomclitoris, maar er is nog geen goed alternatief gevonden.
Ik zie trouwens helemaal niet in wat er discriminerend zou kunnen zijn aan de huidige naam van de nikkermik. De fabrikant zou een grote neger met dikke lippen als woordvoerder moeten inhuren en die zou dan op het journaal bijvoorbeeld kunnen zeggen: 'Ie mang, ik ga je segge, een soewarte soen is toch het lekkerste oewat er is, mang, je weet toch? Daarom noemen wij die lekkere snoepje niegersoen!'

14 november 2005

Samen je vervelen

Net stond ik me met tien anderen te vervelen in de kassarij en een vent voor mij verveelde zich zo erg dat ik er bijna medelijden mee kreeg. Net toen hij op het punt stond om door de grond te zakken van verveling, riep een meisje om: 'Mevrouw Con, contact counter alstublieft. Mevrouw Con, contact counter!'
Langzaam draaide de man zich met uiterst verveelde hondenogen naar mij om en ik zei voor de grap om hem een beetje op te beuren: "Vervelend lijkt me dat, als je iets in een supermarkt moet omroepen terwijl je een stotteraar bent." Hij glimlachte niet, deed langzaam zijn mond open en zei alsof hij het tegen een klasje schoolkinderen had: "Ik denk dat zij bedoelt dat die mevrouw die zich moet melden bij de counter 'Con' heet."
Ik bedankte hem en besloot om hem zich de volgende keer lekker dood te laten vervelen.

7 november 2005

Natuur roept koerier

Tijdens de lunch van zojuist had mijn collega net twee sneden brood bestreken met ham/aspergesalade toen de deurbel ging. Zij legde haar mes neer en ging naar beneden. Wij spraken ondertussen geanimeerd verder over de rellen in Frankrijk, fraude op veilingsites, dikke negerinnen en het weer dat zo snel was omgeslagen. Tien minuten later was onze collega nog steeds niet teruggekeerd en ik werd zo ongerust dat ik naar beneden liep om poolshoogte te gaan nemen. Normaal hoor je haar met de gast - bijvoorbeeld een koerier - praten, maar nu heerste er doodse stilte. Daardoor werd ik nog ongeruster en durfde mijn hoofd bijna niet door de deuropening te steken. Toch deed ik het en toen zag ik haar met de armen over elkaar bij de posttafel staan.
'Hee, alles goed? Kom je nog naar boven?' vroeg ik aan haar, maar zij maakte een geïrriteerde knik met haar hoofd naar de wc-deur. 'De koerier zit erop...'
Gerustgesteld liep ik weer naar boven, maar ik vond dat deze Fedex-man de reputatie van zijn bedrijf geen eer aandeed door zo uitgebreid en langzaam te gaan zitten kakken en vond het ook raar dat niemand, maar dan ook niemand van ons na afloop voor de ontvangst hoefde te tekenen.

4 november 2005

Gratis minuut

Na mijn bezoek aan de supermarkt werd ik gisteren meegesleept in een wervelende dagdroom. De caissière had mij namelijk een kaartje in mijn hand gedrukt waarop stond dat ik 1 minuut gratis winkelen kon winnen! Ja, u hoort het goed, 1 minuut gratis winkelen! 1 minuut! Geen halve minuut, geen kwart minuut, maar een héle minuut!
Wat zou je kopen als je 1 minuut gratis mocht winkelen? In elk geval niet al te veel producten die aan bederf onderheving zijn, want die blijven niet lang vers. Ook geen alcoholische dranken, want die zijn slecht voor de lever en ook geen tijdschriften want bij AH staat alleen pulp. Ik denk dat het in mijn geval dan zoveel mogelijk tandpasta, toiletblocs en maandverband zou worden of dat ik mijn prijs aan de daklozenkrantverkoper bij de ingang zou geven.
Om die minuut te winnen, moet je op een speciale website tips geven over hoe AH verbeterd kan worden. Degene met de Gouden Tip wint de minuut. Ik zou niet weten wat er aan AH moet verbeteren want ik vind alles daar wel goed. Zo is het bijvoorbeeld erg knap dat caissières je kaartjes in de hand weten te drukken zonder dat ze je aankijken of ook maar een beetje laten merken dat ze weten dat je er bent. Het mooiste aan AH vind ik dat je door je aankoopbeslissing kunt kiezen of dieren uit jouw naam gruwelijk behandeld mogen worden of tegen een kleine meerprijs iets minder gruwelijk.
Die prijzenoorlog van de laatste tijd is eigenlijk helemaal niet goed voor de dieren. De supermarkt zet de boer met zijn rug tegen de muur om zo goedkoop mogelijk te produceren en die wentelt dat weer af op zijn dieren door ze nog meer uit te persen. Als ik dus zou mogen zeggen wat er aan AH moet verbeteren, dan zou het zijn: gooi de prijzen fors omhoog en gebruik het geld om je leveranciers duurzamer en diervriendelijker te laten produceren. Ik ga dat maar niet voorstellen omdat ik mensen als Wijnand Duyvendak en andere leden van de Volkert-fanclub die gratis winkelminuut meer gun.

15 september 2005

Aardappelkoersen

Ooit heb ik eens een man ontmoet die zijn beroep op heel interessante wijze had ingericht. Ik was door zijn dochter meegenomen naar haar ouderlijk huis in Friesland en daar zat papa aan de keukentafel met de beurskoersenpagina van de krant voor zich opengeslagen. Hij was aardappelteler, maar stond zelf niet op het veld en volgde alleen wat zijn aandelen deden. Voor het poten en rooien van de aardappels huurde hij een paar keer per jaar een bedrijf in en ook de verkoop besteedde hij uit. Wat een heerlijk beroep, witteboorden-aardappelboer.

9 september 2005

Japans diner

Geweldig, die Japanse keuken. Je diarree wordt er minder onaangenaam van en gaat nog sneller over ook. We waren eergisteren de eerste gasten in het lege restaurant en de gérant was een Amsterdammer met een pleister op zijn baard. Zou dat een Japans welkomstsymbool zijn? Het restaurant was leeg en bleef de hele avond zowat leeg, maar toch vroeg hij: 'Hebben jullie een reservering?' Die hadden we niet, maar we mochten toch naar binnen!
Mooi is dat ze voor je ogen koken, maar wij hadden het eergisteren weer verkeerd aangepakt, want we hadden rauwe vis besteld. Zo konden we zien wat voor lekkere dingen voor de anderen werden klaargemaakt, terwijl onze kleren en kapsels de kookdampen gretig absorbeerden. Raar was dat later, sushi gegeten hebben en naar gebakken vlees stinken. Een meisje tikte een eitje kapot op de bakplaat, liet dat even liggen en mengde er rijst doorheen. Volgende keer neem ik een videocamera mee, dan kan ik dat thuis nadoen. O nee, ik heb geen bakplaat van twee vierkante meter. En geen videocamera.
rechts naast ons schoven twee managers aan en links naast ons twee wilde vrouwen die tegen de overgang aanzaten, overal om lachten en zo een heel leuke sfeer schiepen. De managers gingen met ze sjansen over de bakplaat heen, terwijl wij er als lachende vijfde en zesde tussen zaten. Waarschijnlijk zijn ze later onder invloed van de sakeh lekker met elkaar vreemdgegaan.
Wij hadden heerlijk gegeten en zetten de avond voort met kaneelijs op een terrasje nadat we de rekening van € 77,50 per persoon voldaan hadden.
Terwijl we naar buiten liepen zei de Amsterdamse gérant nog: 'Groeten aan jullie vrouwen, dan doe ik de groeten aan mijn herdershond.'
Ik kom daar niet meer terug, want in een echt Japans restaurant moet de onderwereld vertegenwoordigd zijn, moet je een kaartje van een nabije opiumkit discreet onder je elleboog geschoven krijgen en moet je onopvallend geobserveerd worden door leden van de Kempetai.

8 september 2005

Arbeidsinspectie

Nadat de baas vandaag nog even snel zijn asbakken had verstopt en een heel pakje kauwgom (ja, inclusief de verpakking) in zijn wangzakken had gepropt toen om elf uur de bel ging, openden we de deur voor de dame van de Arbeidsinspectie. We begroetten haar joviaal en droegen allemaal netjes voor het eerst onze veiligheidshelmen. Ze was bijna twee meter lang, had een strenge uitdrukking op haar gezicht en leek op een kruising tussen een badmeesteres en een ongestelde zomerkampleidster uit een Warschaupact-land. Ik denk dat ik van haar zou verliezen met armdrukken.
Eigenlijk was ze vol lof over ons bedrijf en met name de aan elkaar geknoopte lakens die in een hoek lagen zodat we daarmee in geval van brand uit het pand kunnen afdalen vond ze indrukwekkend.
Eigenlijk was alles bij ons dik in orde en ze vond dat iedereen een goed ingerichte werkplek had. Behalve ik! Mijn tafel stond te laag, mijn stoel ook en ze zei dat ik solliciteerde naar RSI en nekpijn door op mijn laptop te blijven werken. 'Sorry dat ik het zeg, hoor, maar je bent nog een jonge vent en moet oppassen!'
Ik luisterde rustig naar haar kritiek en toen ze weg was heb ik mijn laptop op een hoge stapel boeken gelegd en er een ander toetsenbord op aangesloten. Nu zit ik al een paar uur met een rechte nek en ruggengraat te werken en voel allerlei soorten kramp door mijn spieren jakkeren.
Volgens mij moet je gewoon doen wat je lijf je dicteert of wat je zelf fijn vindt. Ik doe het al zeven jaar officieel fout en voel me prima. Dat moet mogen! Totaal tegen de richtlijnen in verkeerd en in de kreukels zitten? Dat lossen we samen wel op!

12 augustus 2005

Tafelmanieren

Het eetgedrag van de fietspadnaaktslak intrigeert me nu al dagen. Als er bijvoorbeeld een schilletje van een mandarijn ligt, dan kruipt de slak daarop, kronkelt zich eromheen en begint de voedingsstoffen eraan te onttrekken. Jullie wisten natuurlijk allang dat slakken zo eten, maar ik mocht vroeger van mijn ouders niet naar 'Ja, Natuurlijk' kijken vanwege de vele gewelddage scènes, openlijke seksualiteit en achtervolgingen.
Wat een geluk trouwens dat wij mensen het eten gewoon rechtstreeks in onze mond kunnen stoppen en er niet helemaal omheen hoeven te kronkelen. Stel je voor dat je een Chinees restaurant zou binnenlopen en dat daar dan iedereen op de grond innig met de babi pangang verstengeld lag.
Toen ik vanochtend op kantoor aankwam zag ik dat voor de deur nog steeds een lang dun hondenkeuteltje ligt, waarschijnlijk van het merk Jack Russell. Maar vanochtend lag er ineens een tweede keuteltje naast, ook klein, lang en dun. Ik vroeg me af welke hond nu op de stront van een ander schijt, maar toen ik beter keek zag ik dat het een naaktslak was die zich om de keutel had gerold. Smakelijk eten. Ik las dat naaktslakken de helft van hun lichaamsgewicht kunnen verorberen in 24 uur tijd, dus ik hoop dat hij hem op heeft voordat onze baas terugkomt van vakantie.

1 augustus 2005

Zakelijk genie

Omdat ik zelf op zakelijk gebied een kruk ben, kijk ik enorm op tegen mensen met zakelijk talent, hoewel ik blij ben dat ik geen hartaanval in het zwembad van mijn Zuid-Franse villa krijg, of een tv-station met slechte programma's begin.
Een studiegenoot van mij, Gerrit, was ook zo iemand met groot zakelijk talent. Ik leerde hem kennen op de TU toen hij daar eigenhandig dictaten uitgaf met uitwerkingen van wiskundesommen die de professoren hadden gemaakt. Die verkocht hij voor vijf gulden aan studenten zodat die niet meer naar de colleges gingen, waardoor Gerrit op het matje geroepen werd en zelfs bij de rector magnificus moest komen. Jaloerse medestudenten noemden hem vaak een sjacheraar of een 'typische Hollander'.
Ik vond hem wel grappig, we werden vrienden en in de jaren daarna verbaasde ik me voortdurend om zijn projecten. We hadden geen geld, maar hij kon op een of andere manier alles in zijn bezit krijgen. Hij wilde graag een piano hebben en plaatste daartoe advertenties in de krant als: 'Student mist piano van ouders enorm. Wie heeft er een voor hem te leen of te geef?' Dan belden er zes mensen die een piano in de weg hadden staan en die daar graag zonder vergoeding vanaf wilden als hij hem kwam ophalen. Hij huurde een busje en haalde de piano's allemaal weg bij de eigenaren, waarna hij de beste zelf hield en de vijf andere met vette winst verkocht. Dat bracht hem op het idee om bedrijven op te bellen en te vragen of zij monsterlijk grote planten hadden waar ze vanaf wilden. Ook daar veel positieve reacties en hij haalde de monsterflora in het busje op, waarna die ook weer geld opbracht.
Wonderlijk vond ik ook hoe hij zijn vakantie ter plaatse, bijvoorbeeld in Zuid-Frankrijk, terugverdiende. Dan ging hij op campings naar Hollandse gezinnen zoeken die net aankwamen, of ruzie hadden bij het opzetten van hun tent en zei: 'Voor tien gulden zet ik jullie tent op, gaan jullie maar lekker op het terras zitten.' Zo redde hij menige relatie en verdiende daar een hoop aan.
Wat hij tegenwoordig doet, weet ik niet. Ik ben hem doordat we allebei verhuisden uit het oog verloren, maar verwacht hem elk moment te zien binnenkomen in de Quote Top 500.

28 juli 2005

Het graf van de automatische piloot

Nadat ik een maand vrij heb gehad, ben ik deze week weer aan het werk. De accu is goed opgeladen, ik heb er zin in en schaam me er helemaal niet voor dat ik mijn werk leuk vind. Toch is het een beetje raar om weer terug te zijn, want mijn collega's zijn bijna allemaal met vakantie. Zo zat ik dus maandag, dinsdag en woensdag hier alleen met de secretaresse, maar die is vandaag ziek, waardoor ik nu helemaal alleen in dit enorme pand zit. Belachelijk!
Het is heel rustig en de telefoon gaat maar één keer per uur. Af en toe zie ik een levend wezen, zoals de postbode of de buurman die komt vertellen hoe de onderhandelingen met de KPN verlopen over ons internet dat het al maanden maar een uurtje per dag doet.
Vooral tijdens de lunch is het raar. Vanmiddag zat ik alleen aan de enorme tafel naar mijn eigen gekauw te luisteren. Wat kon ik anders doen? Tegen mezelf over de baas gaan roddelen?
Ook raar is dat mijn fietsconditie bijna helemaal verdwenen lijkt. Na vier dagen heen en weer fietsen tussen Amsterdam en Haarlem heb ik zadelpijn, spierpijn en ben hmoe, hmoe, hmoe. Dat laatste komt ook doordat mijn natuurlijke ritme tijdens de vakantie was: om twee uur naar bed en om tien uur op, terwijl ik nu om half acht op moet en op tijd naar bed. Omdat ik alleen ben en niet word afgeleid, gaat de arbeid als een speer, of wat zeg ik, twee speren, maar het is nog even wachten op de sleur en routine die langzaam moeten worden aangezwengeld en de automatische piloot in mij die gaandeweg weer moet opstaan.

20 juli 2005

Blauw licht

Gisteren ging ik iemand ophalen die in een openbare gelegenheid even iets op de computer ging doen omdat haar machine kapot was. In het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI) zijn de computers meestal vrij omdat werklozen vaak niet naar werk zoeken. Ik moest daar even wachten tot ze klaar was en nam wat mappen met vacatures door.
De ene baan was nog vervelender dan de andere en ik besloot om vaker naar het CWI te gaan om gelukkig te worden van het feit dat ik een leuke baan heb en bijvoorbeeld geen 'junior assistant accountant' ben. Want dat soort vacatures zit in de mappen van het CWI. Bij de functie-eisen van één van die accountant-vacatures stond: 'Moet in het bezit zijn van een diploma autogeen lassen.' Ik nam aan dat het een fout was, want een bladzijde eerder stond dezelfde functie-eis bij een vacature die er beter bij paste.
Naarmate ik meer in de mappen bladerde, vielen me allemaal vreemde dingen op. Zo was er een baantje als 'Voorhoedespeelster in een damesteam'. Ik las de bladzijde met taken en functie-eisen drie keer door, maar kwam er niet achter welke sport dat damesteam speelde. Zal wel aan mij liggen, want ik vond het ook eerst raar dat niet bij de functie-eisen stond dat je een dame moest zijn.
In de laatste map die ik doornam, met de nieuwe vacatures van afgelopen vrijdag, zat een functie als 'Springruiter'. Op de bladzijde daarnaast werd een 'Sheep slaughter' gevraagd voor een Engels bedrijf.
Jullie denken natuurlijk weer dat ik dit allemaal verzin, maar ga zelf maar eens naar het CWI, dan zul je versteld staan. Laat echter je injectiespuiten thuis, want de wc-ruimte wordt verlicht met blauwe tl-lampen, zodat je de grootste moeite hebt om je eigen aders terug te vinden. Verschrikkelijk dat men in openbare gebouwen diabetici weert.

23 juni 2005

Licht uit

Tsjonge, jonge, wat is dit nu toch weer voor een e-mailtje:

Mijne Heren ,,
Ik zoek een 40 mm APO vergrotingslens.

(Dus GEEN 50 mm.)

Wat moet ik daar nu weer op antwoorden? 'Wij ook'? of: 'Ik zoek mijn verloren jeugd? (Dus GEEN jeugd van iemand anders.)'?
Geen idee wat ik moet terugmailen. Dat wordt weer een paar uur nadenken. Ik zit met mijn handen in het okselhaar.

15 juni 2005

Logisch

Eén van de freelancers die artikelen voor ons schrijft kan enorm goed logisch denken. Net belde hij op om mij iets belangrijks te vertellen. 'Robert, je moet mijn artikel ook nog even ter goedkeuring laten lezen aan de directeur van het bedrijf dat mij geholpen heeft. Hoe heet hij ook alweer? Erik ehm, ehm Erik ehmmmm.....Oja! Erik Stift! Ik moest even nadenken naar welk schrijfgerei hij is vernoemd.'

13 juni 2005

Klantonvriendelijk

Helaas ben ik weer eens klantonvriendelijk bezig geweest. Drie weken geleden gaf een man mij een oude catalogus van een beroemde Nederlandse fotograaf met de vraag of ik daar een stukje over wilde schrijven en erbij wilde vermelden dat hij er nog twintig exemplaren van had. Toen ik er de volgende dag eens goed over ging nadenken, lukte het me niet om er een stukje over te maken dat interessant genoeg zou zijn voor de lezers. Bovendien bedacht ik me toen pas dat die man zijn catalogi met veel winst wilde verkopen en via mij eigenlijk gratis publiciteit wilde.
Ik mailde hem met excuses dat ik van gedachten veranderd was, er bij nader inzien niets mee wilde doen en dat ik hem de catalogus zou terugsturen. Dat vergat ik terstond te doen en doordat ik naar het buitenland moest, liep de zending een week vertraging op. De man stuurde mij een boos mailtje en ik belde hem toen ik terug was met excuses en de belofte dat ik het boek terug zou sturen. Ik stopte het in een doos en deed er als pleister op de wonde nog een mooi fotoboek van ons bij. Helaas kwam de post het die dag niet ophalen, waardoor de man het de volgende dag nog niet had. Hij stuurde dan ook het volgende mailtje: 'Eén, twee, drie vier, komt er nog wat van?'
De volgende dag had hij mijn zendig met het gratis boek blijkbaar ontvangen, want toen mailde hij: 'Vijf, zes, zeven, acht, wie had dat gedacht?' Ik vroeg me af of hij dit grappig bedoelde of dat er toch nog iets van een sneer in zat, maar kon daar niet uit komen. Daarom heb ik maar het volgende mailtje teruggestuurd: 'Beste Karel, negen, tien elf, olijk rijmen kan ik ook wel zelf.'

4 juni 2005

Joviale Jacob

Gisteravond was het in Nederland enorm slecht weer, maar dat heb ik uit de tweede hand. Het werd mij verteld door captain Schweiger, de gezagvoerder van het vliegtuig waarin ik anderhalf uur op het vliegveld van Wenen heb staan wachten omdat Schiphol afgesloten was. Raar is dat eigenlijk dat je met honderd mensen je collectief kapot zit te vervelen in zo'n Jumbo-sigaar.
Naast mij zat Jacob, een joviale Nederlander die uit verveling maar zijn levensverhaal ging vertellen. Gelukkig had hij een leuk leven. Hij kwam ook net terug uit Polen en had daar olieraffinaderijen bezocht omdat hij met zijn bedrijf pijpleidingen aanlegde met behulp van plaatselijke arbeidskrachten. Op zijn schoot lag een blocnootje waarin hij had zitten uitrekenen wat de huur van een container kostte. In Polen was dat 6000 dollar voor twee weken en als hij hem in Nederland huurde kostte hij 2400 dollar inclusief verschepen. 'Die Polen zijn eigenlijk allemaal tweedehands autodealers. Ze weten dat je iets nodig hebt en overvragen je dan met meer dan honderd procent', zei Jacob met een lach op zijn gezicht. Hij pakte zijn camera en liet foto's zien die hij op raffinaderijen had gemaakt. 'Mag je daar zomaar fotograferen?' vroeg ik. Hij lachte. 'Nee, dat is streng verboden, maar ik zeg altijd dat ik wat in de auto heb laten liggen en loop dan terug naar de uitgang terwijl ik me onderweg helemaal suf fotografeer. Vaak verstuur ik de foto's daarna dan via hun eigen computer naar mijn bedrijf, ha, ha, ha!'.
Zo vertelde Jacob nog tien anekdotes over zijn werk en hij was zo aanstekelijk dat ik het jammer vond dat Schiphol weer open ging en captain Schweiger koers zette naar Amsterdam.

Drank en I.Q.

De afgelopen drie dagen heb ik in Krakau geleefd onder strenge kledingvoorschriften. Ik was uitgenodigd door een bedrijf dat alles betaalde en het was een kleine moeite om deel te nemen aan de dresscode, al heb ik als daad van rebellie wel steeds dezelfde onderbroek en sokken gedragen. Op het programma van de reis stond bij elk onderdeel wat je geacht werd aan te hebben. 'Formal dress' tijdens de conferentie 'casual dress' tijdens de stadstour en de excursies en 'casual' tijdens de feestjes en diners. Nog nooit ben ik met zo'n volle tas drie dagen weggeweest. Tussen de programma-onderdelen waren steeds verkleedpauzes ingelast en werden we even teruggebracht naar het hotel. Sommige mensen genoten van die verkleedpartijen, zoals mijn collega Sandra, een intelli-babe uit Kroatië die zowat haar hele garderobe de revue heeft laten passeren en die er zo betoverend uitzag dat ik haar e-mailadres heb gevraagd waar ik natuurlijk weer niks mee wil doen. Op het salsa-feest dat in ons hotel werd georganiseerd viel me op dat je aan bijna niets kon merken dat we in Polen waren. Het enige verschil met Nederland was dat je aan de bar geen bier kon krijgen en dat ze wodka schonken in omgespoelde Duo Penotti glazen die tot de rand met drank en ijs gevuld waren. Om elf uur hadden we hem dus al aardig om en deden we mee aan de polonaises die werden aangezwengeld door vier Vlaamse dierenartsen die ook een conventie in Krakau hadden. Aan de bar stond een gebruinde Poolse player met vier mooie vrouwen die om de beurt het uit zijn hemd met geborduurde initalen spruitende borsthaar streelden. Eén van de vrouwen kwam naar ons toe en vroeg of we mee kwamen dansen. Ze heette Gosia, had blond haar, een laag uitgesneden décolleté met zonnekanonbruine plastic borsten erin en echte parels in haar oren. Ik vroeg haar wat voor werk ze deed en ze zei: 'Ik werk voor Honeywell.' 'Honey, dat zal well', dacht ik, want dat excuus had ik nog nooit gehoord voor de prostitutie of porno-industrie, maar ik zei: 'Och wat leuk! Ik heb thuis een thermostaat van Honeywell en dat is mijn lievelings-thermostaat.' We deden nog twee dansjes en toen ging ze verder dansen met een Engelsman die nog bezopener was dan wij tweeën bij elkaar en ik wankelde naar de bar. Uit mijn ooghoek zag ik de twee laatst overgebleven Japanners uitgezakt tegen de muur staan en daarom dacht ik dat ik nog wel een wodka aankon. Het was inmiddels twee uur geworden en een Tsjechische collega-journalist die ik wel eens eerder had ontmoet kwam naar me toe en vertelde over zijn werk en dat hij net de overstap had gemaakt naar een ander tijdschrift. 'Maar dan werk jij voor die aardige gast Lubosj!', zei ik verrast. 'Inderdaad! Lubosj is mijn baas en vriend zei hij.' Ik vertelde dat ik ooit bij die Lubosj op bezoek was geweest in Praag en dat hij me had meegenomen naar zijn landhuisje in het bos. De Tsjech pakte nu zijn telefoon en ging bellen. 'Ik bel Lubosj even, dat zal hij leuk vinden.' Gelukkig kostte het niet veel moeite hem te overtuigen om niet midden in de nacht dronken zijn baas op te bellen, want ik hoefde alleen maar te zeggen: 'Je gaat nu dus midden in de nacht dronken je baas opbellen?' Hij knikte met zijn hoofd en stak zijn telefoon maar weer weg. Een half uurtje later wist ik niet meer wat 'De' en 'Goedendag' in het Engels waren en daarom ging ik op weg naar mijn kamer. Twee Poolse meisjes schoten me aan en zeiden: 'Wij hebben een weddenschap; waar kom jij vandaan? Mijn vriendin denkt dat je uit Tsjechië komt.' Ik weet niet meer wat ik gezegd heb en ook niet waarom ze een weddenschap over mijn nationaliteit hadden en nog veel meer dingen niet meer die ik nu graag zou willen weten.

24 mei 2005

Grapan

Vandaag heb ik mijn haar gekamd en heb ik nette kleertjes aan omdat er zo een delegatie Belangrijke Japanners op bezoek komt. Ons kantoor ziet er netjes uit omdat we allemaal hebben opgeruimd en bij de lunch worden vanmiddag lekkere dingen geserveerd die we anders nooit krijgen. Alles ziet er pico bello uit, alleen hebben de vogels die om ons kantoor heen vliegen geen rekening gehouden met ons belangrijk bezoek, want vanochtend vroeg hebben ze de ramen fiks ondergescheten. Misschien vragen we de Japanners straks om dat schoon te maken, want dat schijnt in Japan een teken van respect te zijn.
Een intrigerend volk vind ik het, die Japanners. Hun taal klinkt mij schitterend in de oren en ik vind het ook wel leuk dat ze ondoorgrondelijk en niet bot zijn. Vaak is het moeilijk om met ze te communiceren omdat zij zo slecht Engels spreken en wij zo slecht Japans, maar meestal red je je er wel uit en houd je de conversatie luchtig door keihard om elkaars zeer onschuldige of zeer flauwe grapjes te lachen. Zo lagen de laatste Japanners die hier waren helemaal dubbel toen ze de trap op liepen en mijn baas ze vanuit het trapgat toeriep: 'That's good for your health'. Zelf heb ik wel eens drie uur in een vliegtuig naast een Japanse directeur gezeten en uit beleefdheid kei-, maar dan ook keihard gelachen om zijn grappen. Als voorbeeld van het feit dat ik dat uit beleefdheid deed, geef ik hier een van zijn grappen weer: 'Robbit, I have nice idea. You fuck stewardess and I make photo! Hah hah hah hah hah! Hah hah hah hah hah!

K.Z.I.

Af en toe klinkt hier op kantoor gevloek of zeggen mijn collega's met een rood gezicht dingen als: 'Zo dood als een pier', 'Zo traag als dikke stront' of 'Het netwerk leg d'r weer af'. Dat komt doordat wij werken in een zogenaamd K.Z.I., een Kantoor Zonder Internet. Drie jaar geleden waren wij het eerste bedrijf dat neerstreek op dit bedrijventerrein en nu er steeds meer bedrijven bij komen, wordt internet trager en trager. Het heeft ook te maken met het feit dat we meer dan 1500 meter van een centrale af zitten. Grappig detail is dat internetprovider XS4all ons al drie jaar snel internet verkoopt terwijl dat in deze buurt helemaal niet mogelijk is en wij dus geld kunnen gaan terugvorderen als we de onderhandelingsprocedure daartoe aan denken te kunnen.
De laatste drie maanden is er maar twee uur per dag internet met horten en stoten (meer horten dan stoten, overigens) en wij sparen de hele dag e-mails en zoeksessies op totdat er weer eventjes verbinding is.
Zo krijgen mensen vaak pas zeer laat antwoord van mij op hun dringende e-mails en moet ik steeds werk laten liggen omdat ik er niet mee verder kan. Het is ook erg zielig voor spambedrijven omdat hun reclame lang ongelezen in de lucht blijft hangen.
Wij zijn hier bezig met een wedstrijd wie er het eerst een maagzweer van krijgt, want als je een tijdschrift maakt en tegen twintig deadlines aankijkt terwijl je niets kunt versturen of opzoeken, is dat je reinste Mens erger je niet.
We hebben van alles geprobeerd om de verbindig weer vlot te trekken, zoals een analoge lijn laten aanleggen, een satelliet-aansluiting nemen die voor 300 euro per maand nog niet werkt en veel meer dingen. Daardoor weten we dat er voor ons probleem maar twee oplossingen zijn: de KPN legt glasvezel aan of plaatst een versterkingskast tussen ons en een centrale. Na drie maanden onderhandelen heeft dat monsterbedrijf het eerste toegezegd en we hebben goede hoop dat het dit jaar nog verwezenlijkt wordt.
Over het onderhandelen met de KPN, de deskundigheid van het personeel en het begrip dat het bedrijf voor je problemen toont wil ik eigenlijk niet zoveel kwijt, maar het is zoiets als in het Chinees fluisteren tijdens een heavy metal concert tegen een zwakbegaafde tukker die zijn gehoorapparaat heeft uitstaan.
Het kantoor van onze buren staat dan ook al twee maanden leeg omdat zij thuis zijn gaan werken en ik ben jaloers op ze, maar eigenlijk is het wel leuk om te kijken hoe stressbestendig je bent en hoe het staat met je relativeringsvermogen. Gelukkig zit dat hier allemaal wel goed, al ontploffen wij als nu nog één persoon op troostende toon meent te moeten zeggen: 'Zo zie je maar weer hoe wij in deze moderne maatschappij afhankelijk zijn van techniek.'

26 april 2005

Nieuwe PR-man

Vanochtend kwam de nieuwe PR-man van een softwarebedrijf met ons kennis maken en na zijn bezoek vroeg ik me af of hij wel de juiste man op de juiste plaats was. Het begon er al mee dat hij opbelde om de weg te vragen. 'Ik sta nu twaalf kilometer van Haarlem', zei hij en toen heb ik hem de gouden tip gegeven om richting Haarlem te rijden, want wij zitten in Haarlem. Daarna belde hij nog drie keer zodat we hem telefonisch naar ons kantoor konden loodsen.
Vorige week maandag zou hij trouwens ook al langskomen, maar toen was hij zo verkeerd gereden, dat hij achter was geraakt op zijn schema van die dag en afbelde. Vandaag lukte het gelukkig wel en hij toen hij binnenliep, struikelde hij over de bovenste trede van de trap. Hij stelde zich voor, ging zitten, gooide de poedermelk net naast zijn koffiekop en sloot zijn laptop aan die hij met de adapter, die over zijn schouder had gehangen, met het lichtnet verbond. Hij klapte de computer open, opende het nieuwste programma van zijn bedrijf en ging uitleggen waartoe die software allemaal in staat was. 'Wat zijn de verschillen met de vorige versie?' vroeg ik. 'Dat kun je allemaal lezen op onze website', antwoordde hij en legde erbij uit dat hij pas een maand in dienst was en zich alleen op de nieuwe producten had geconcentreerd. Ik bekeek hem nu voor het eerst eens goed en zag een stukje Cruesli op zijn kraag dat daar met yoghurt was vastgeplakt. Hij had veel neushaar, maar dat groeide vreemd genoeg maar uit één van zijn vrij grote neusgaten. Op zijn wangen en in zijn hals ontdekte ik vier plekjes die hij met scheren had overgeslagen. 'Zou dat tegenwoordig hip zijn?', vroeg ik mij af.
Het was verder een hele aardige jongen die leuke grapjes maakte en we dronken gezellig samen koffie. Toen we afscheid namen vroeg hij: 'Hoe kom ik nu weer op de snelweg?' Mijn collega de snelwegexpert legde het vijf minuten lang uit aan de lieve jongen. Hij bedankte ons en zei dat hij veel op de weg moest zitten zodat de uitleg hem van pas zou komen.
Ik hoop dat hij al door zijn proeftijd heen is anders komt volgende maand weer een nieuwe op bezoek.

25 februari 2005

Lunchverhalen

Vandaag zijn er tijdens de lunch weer anekdotes verteld, wat op een of andere manier altijd op vrijdag gebeurt. Ik zei dat ik op een logeerpartij in Tsjechië 's ochtends eens wakker werd met een enorme kater en toen in de keuken de koelkast opende. Daar lag een grote lekkere koele waterfles en ik had net enorme behoefte aan water. Ik opende de fles, nam een flinke slok en nog een en toen had ik pas door dat er zelfgestookte gin in de fles zat.
Mijn collega vertelde toen dat hij één keer door zijn eigen hond werd gebeten die een beetje in de war was omdat hij voelde dat zijn baasje voor lange tijd weg ging. Hij had in een vlaag van hondenverstandsverbijstering flink doorgebeten en de vriend van mijn collega die op bezoek was dacht: ik pak snel een borreltje voor de gebeten mens uit de koelkast. Hij vond een fles 'Ketel 1' en schonk daaruit een limonadeglas vol. Mijn collega nam het hinkend en met een van pijn vertrokken gezicht aan en dronk in twee snelle teugen het glas half leeg. Daarna schreeuwde hij het uit, want in de fles uit de koelkast bewaarde hij fixeer.

23 februari 2005

Excuus blokkade

Wij zijn de gelukkige uitgever van een 'Handboek Digitale Fotografie en Beeldbewerking' waarmee iedereen zichzelf fotografisch het digitale tijdperk in kan tillen. Daarbij is een cd gevoegd met oefenfoto's en als extraatje een demoversie van Adobe Photoshop CS. Bij oudere drukken van dat boek hadden we een Nederlandse vertaling van de menucommando's in dat programma gedaan, maar bij de nieuwere drukken vonden we dat niet meer nodig. Sommige mensen zijn daar zeer verbolgen over en laatst stuurden we iemand het boek als welkomstgeschenk die er wel heel erg boos over is, want hij stuurt een mailtje waarin de krachttermen mij om de oren vliegen. Eigenlijk heeft hij gelijk, want in het boek staat per ongeluk nog dat er een vertaling bij zit en dat is mijn fout. Toch vind ik hem een ZEIKERD en lukt het me niet om een beleefde excuusmail terug te sturen. Wel stuur ik hem gewoon een oude cd met de Nederlandse vertaling. Het briefje dat ik erbij wilde doen is echter geweigerd door onze productiemedewerkers. Ze zeiden: 'Kom op nou Robert, dat kun je niet maken.' O.K. dan maar niet. Sorry. Het gaat om dit briefje:

Harlem, february 23th 2005.
Dear Mr. G...,
Enclosed you will find a cd in Dutch for your 'Handbook Digital Photography and Imaging' and we hope you will accept our apologies for originally including the wrong cd.
Best Regards, R.T.

Deadlines


Eergisteren had mijn werk al af moeten zijn, maar de deadlines blijven me maar om de oren vliegen en nog ben ik niet klaar. Deadlines zijn nog zinlozer dan het leven zelf, dus waar maak je je druk om? Mensen krijgen er soms een burn-out van, een maagzweer of een loszittende hartklep, maar toch hou ik van deadlines! Zonder deadlines presteer ik niks! Geef mij een deadline! Nu! Of nee, laat maar zitten, ik wil onder een oude eik in het gras liggen met een grassprietje in mijn mond terwijl op de achtergrond de vogeltjes fluiten, vrolijke spelende kinderen kwetteren, uit een raam de geur van opgewarmde zuurkool kringelt en ik lekker niks doe. Helemaal niks. Waarom me dan toch steeds blootstellen aan die deadlinedruk? Omdat het bovenstaande nog veel fijner is als je net de deadline hebt gehaald, geloof ik.

16 februari 2005

Functioneel bloot


Naakte mensen, ze blijven de gemoederen bezig houden. Onlangs plaatste ik een foto van een blote vrouw en een blote man in ons fototijdschrift en toen zegden vier mensen hun abonnement op met een boze brief. Van twee anderen kreeg ik een bedank e-mail omdat zij naturisten waren die het zo goed vonden dat er naakt in een blad stond.
Beide reacties waren verkeerd en irritant want deze oenen probeerden mij op te zadelen met hun attitudeprobleem. Ik had die foto's geplaatst omdat het mooie foto's waren en dat er naakte mensen op stonden was helemaal niet belangrijk. Het hadden net zo goed naakte dieren of naakte ieren kunnen zijn. De gefrustreerde gelovigen die blij zijn als hun badkamerspiegel beslaat kunnen wat mij betreft de pot op en de naturisten die hun kleren in groepen uittrekken om aan elkaar te laten zien dat zij zo heerlijk natuurlijk bezig zijn kunnen de boom in.
Dat heb ik ze dan ook gewoon eens lekker teruggemaild.

27 januari 2005

I'm just a Flemish guy

Ik krijg veel brieven op mijn werk waar ik niets mee kan, maar waar ik wel een antwoord op moet geven. Bij dat antwoord moet ik serieus blijven en dat is soms heel moeilijk. Vandaag ontving ik bijvoorbeeld een brief van een echte of latente jager, want hij gebruikt de jagersterm 'laveien'. Dat betekent volgens het woordenboek: 'Uitgaan om voedsel te zoeken.' (Hee, schatje, wil je met mij laveien?) Jagers gebruiken een jargon waarin veel verzachtende termen voorkomen. Als wild is aangeschoten en bloedt, dan zeggen ze bijvoorbeeld: 'Die ree zweet.' Hoe komen ze erop?
Hier komt de letterlijke tekst van de brief. Hebben jullie een suggestie voor een goed antwoord? Als jullie foto's van Vlaamse Gaaien willen, breng ik jullie graag in contact met deze briefschrijver.

Zeer geachte heer, ik ben in het bezit van dia opnamen van een grote roedel Edelherten dat al laveiend mijn kant op lopen en opnames van grote roedels liggende Eddelherten dat liggen te herkauwen. Sinds kort ben ik met de digitale fotocamera begonnen te fotograferen en heb ik prachtige en beeldvullende opnamen kunnen maken van Vlaamse Gaaien. Mocht u deze prachtige opnamen voor uw blad kunnen gebruiken zie ik graag een brief van u tegemoet.

Met de meeste hoogachting, F. L.

24 december 2004

Pruimenbloesem

De laatste tijd krijg ik steeds meer post die niets met mijn werk te maken heeft en ik krijg meer handgeschreven brieven van gestoorden dan spam in mijn mailbox. Over de man die mij regelmatig schrijft als hij weer een UFO heeft waargenomen heb ik hier al vaker geschreven. Hij schrijft ook zo nu en dan over de Australische stad Melbourne en draagt bewijzen aan voor het feit dat deze stad niet meer bestaat. Melbourne is volgens hem in de Tweede Wereldoorlog vernietigd met kernwapens. Als hij een adres erbij zou zetten, zou ik hem serieus antwoord sturen. Het lijkt mij leuk om iets vergelijkbaars uit mijn duim te zuigen, bijvoorbeeld dat in Afghanistan tegenwoordig een leger van hamsters wordt opgeleid waarmee Europa langzaam veroverd zal worden door middel van hypnotiserende yogonaise. Maar ja, ik heb zijn adres niet. Vanochtend kwam er een brief van een andere rare kerel die wel zijn adres geeft. Hij doet er zelfs een gefrankeerde antwoordenvelop bij en ik ga hem dus een antwoord sturen. Zijn brief luidt letterlijk:

LS, ik zoek - op dvd of VHS - de eerste NL. Pornofilm Pruime Bloesem.
Weet u raad?

Wat een sukkel om mij zo'n verzoek te sturen. Je vraagt je af aan wie hij nog meer brieven van deze aard heeft gestuurd. Aan het koningshuis? Waarom zou hij die film zoeken? Speelt zijn moeder erin of wil hij nog eens bekijken hoe het ook alweer moest, die missionarishouding?
Geen idee wat ik hem moet antwoorden. Misschien vraag ik bij de Boerenbond wel een dvd over pruimenteelt aan en stuur hem die met een rekening.

10 december 2004

Apenstaert

Is er al een verkiezing van de Beste Loodgieter van Nederland? O nee, we moeten eerst nog door de conciërges heen. Maar als die verkiezing er komt, dan wil ik graag de Gebroeders Grapendael aanmelden als kandidaten. Zij zijn onze buren in een negentiende-eeuws verbouwd industriepand en ze zijn ontzettend aardig. Volgens mij doen ze alles wit, zelfs na vijven. Op ons openingsfeest viel me al op hoe aardig de grootste gebroeder Cor is. Hij was zo vriendelijk het vat bier dat wij teveel hadden ingeslagen in zijn eentje leeg te drinken en daar zijn wij hem nog steeds erkentelijk voor en we waren dan ook niet boos toen hij over het cadeau van de andere buren struikelde en met zijn voet steun zocht in het bloemstuk dat de de achterburen ons hadden geschonken.
Soms leen ik wel eens iets bij de Gebroeders, bijvoorbeeld een inbussleuteltje of een betonboortje en dat doe ik eigenlijk alleen maar om weer eens een leuk gesprekje met ze te hebben. Dat snappen zij ook wel en zij bezorgen wel eens een taart als ze de hele middag lawaaiig hebben zitten boren.
Bij ons op kantoor is de sport om steeds een andere naam voor de gebroeders te verzinnen als je het over ze hebt. Een collega zegt dan bijvoorbeeld: 'Hadden de Gebroeders Grapenstaert niet inbussleuteltje vijf?' En als ik een van de gebroeders buiten tegenkom en hij vertelt iets interessants dan zeg ik bijvoorbeeld: 'Weet je wat Cor Gaspedael me net vertelde? Dat het morgen achtentwintig graden wordt!'
Vanochtend kwam ik Cor weer tegen en we hadden een goed gesprek over zijn kerstversiering. Op de gevel van het oude pand heeft hij namelijk 150 meter lichtslang aangebracht die alle automobilisten op de brug over het Spaarne 500 meter verderop de volgende kerstboodschap meegeeft: 'Ja, het is bijna kerstmis, maar hou je ogen verdomme op de weg.'
Cor zei dat hij het jammer vond dat een metertje van de slang kapot was. 'We hadden het vantevoren al gerepareerd, maar het is toch nog uitgevallen. Volgend jaar schuiven we er gewoon een nieuw, goed werkend metertje in.' Ik zei dat wij misschien volgend jaar ook wel mee wilden doen en dat vond Cor fijn. 'Die paar honderd euro maken toch niks uit', zei hij. 'Als je niks doet, dan gebeurt er ook niks.' Nou en of!

1 oktober 2004

Scheurbuik

Op de Photokina beurs heb ik veel Nederlandse fotohandelaren ontmoet en die kun je herkennen aan het feit dat ze je begroeten door een schuine mop te vertellen. Ik zeg: 'Hoi' en dan zeggen zij: 'Ken je die al van die twee zwarte hoeren?'
Soms vertellen ze moppen die niet schuin zijn, maar die over het karakter van vrouwen gaan; om elkaar te troosten denk ik. Een mop die ik drie keer gehoord heb gaat over een man die het leven heeft gered van een kabouter en die daarom een wens mag doen. 'Ik wil een brug naar Amerika', wenst hij dan. Dat vindt de kabouter wat teveel gevraagd en de man wenst dan maar een leuke vrouw die niet zeurt. Zegt die kabouter: 'Wil je een tweebaansweg of een vierbaansweg op die brug?' Ik kan daar nog net beleefd om glimlachen, maar gelukkig sta ik altijd in groepjes waarin anderen de taak van het hardop lachen op zich nemen. Toen ik de mop voor de derde keer hoorde, zat ik naast een man die hem voor de eerste keer hoorde. Eerst begon zijn buik te schudden en daarna zijn schouders. Zijn mond ging open en op de drukke beurs overstemde zijn schaterlach alle conversatie en ook het lawaai van de straaljager die net overkwam. Hij lag zich zo te bescheuren dat ik me zorgen maakte om zijn hart en de broeders van de E.H.B.O. dienst kwamen al verschrikt om de hoek kijken.
Als ik een wens mocht doen bij die kabouter, zou ik wensen dat ik me ook zo onbedaarlijk kon laten gaan in de schaterlachuitbarsting.

We zijn weer alleen

Gisteravond ben ik teruggekeerd in de normale wereld zonder collega-journalisten, protserige directeuren, mensen met een pr-persoonlijkheid en vrouwen die mooier zijn dan hun I.Q. Mijn baas vroeg hoe hard ik wilde rijden op de Autobahn en ik zei: doe maar tweehonderd, en dat deed hij dan ook op voorwaarde dat ik het niet aan zijn vrouw zou vertellen.
Thuis moest ik ernstig onthaasten van de twee turbulente Duitse dagen en dat deed ik op de bank met een biografietje van Peter de Grote. Ik las daarin dat hij zeer leergierig was. Hij zag een chirurgijn aan het werk en schafte meteen een messenset aan waarmee hij aangewezen vrijwillige landgenoten te lijf ging, de dwaas. Na twintig pagina's stak ik een jointje op dat snel werkte omdat ik weinig gegeten had. Ik heb me daarna kapot gelachen om de foto's die ik in Duitsland heb gemaakt en vooral om de gelaatsuitdrukkingen van mensen op de achtergrond, die je niet ziet als je een foto maakt. Invullen wat die mensen op dat moment denken is een hobby van mij die ik niet met anderen kan delen, want niemand vindt het leuk. Daarna speelde ik nog een kwartiertje of drie gitaar in bed en viel al tokkelend in slaap. Ja mensen, ik vermaak mezelf wel.

30 september 2004

Onze fans in het Oosten

Waarom de meeste Nederlanders een hekel aan Duitsers hebben is me echt een raadsel. Al twee dagen loop ik hier in Keulen rond en iedereen is even aardig en beleefd en luistert geduldig en zonder te lachen naar mijn slechte Duits. De vriendelijkheid van het horecapersoneel is een verademing als je Amsterdam gewend bent en de skinheads vragen eerst netjes of ze je mogen beroven. Duitsers zijn volgens mij ook het enige volk ter wereld dat van Nederlanders houdt en ik vraag me wel eens af waarom. Net had ik een afspraak met Britta, de persdame van een scannermerk, en die behandelde mij alsof ik Onze Lieve Heer in burger was en lachte ook niet om mijn Duits. Ik was vroeger het enige Limburgse jongetje in de klas dat geen Duits sprak en ik heb een trauma overgehouden aan een spreekbeurt die ik in het Duits moest houden. Ik kon toen niet op de woorden voor omhoog en omlaag komen en zei 'umhog und umleg'. Daarbij vertaalde ik ook nog het woordje dus met 'düs'. Mijn Nederlandse klasgenootjes lachten me toen keihard uit, maar Britta heeft gezegd dat ik haar mag bellen als ik Duits wil praten.

Stappen met de baas

Hier in Keulen hebben ze deze week een enorme blunder gemaakt bij het graven van een nieuwe metrobuis. De toren van de Sint-Janskerk in de Severinstraat staat nu maar liefst één meter uit het lood en dat is veel. Als ze er niets aan doen zal de toren instorten en daarom doen ze er nu iets aan. Gisteravond na het diner namen mijn baas en ik halfdronken het besluit om naar de toren te gaan kijken. Wij zijn allebei erg onvolwassen en houden van avontuur en daarom omzeilden wij de afzettingen en wegversperringen. We moesten over hekken klimmen en over de metrorails lopen en ons ook nog een weg banen door het struikgewas, maar toen hadden we wel een prachtig uitzicht op de scheve toren van Keulen. Mannen op hoogwerkers boorden gaten in de toren om hem te kunnen stutten met stalen balken en waren daar om één uur 's nachts nog volop mee bezig. Wij stonden er met ontzag naar te kijken toen er ineens drie jongeren met staartjes en baardjes uit het struikgewas kwamen. Ook zij hadden de toeristische route ontdekt en hadden teveel gedronken om in een auto te stappen. De langste sprak ons aan: 'Hee, wat doen jullie hier?' vroeg hij jolig en toen ontspon zich een leuk gesprek. Hij was student informatica en woonde een straat verder, maar wist niet hoe de toren heette. Hij moest wel erg lachen om de toren, maar vooral om alles wat wij zeiden. Hij lag helemaal dubbel omdat mijn baas een vuurtje vroeg en piste bijna in zijn broek toen ik de tijd wilde weten en zijn vrienden kwamen ook niet meer bij. Ook Duitse jongeren zijn blijkbaar hevig aan de drugs.

29 september 2004

Topmodellen

Koreanen schijnen de warmste Aziaten te zijn; de Ieren van Azië zou je kunnen zeggen. Een beetje van die warmte vind je ook terug in de activiteiten van het cameramerk Samsung. Begin dit jaar mocht ik met dat bedrijf mee naar IJsland waar we met vijftig man gingen lanterfanten op kosten van Samsung. Op de Photokina beurs waar ik nu ben, hebben ze ook weer zoiets overdrevens gedaan. Hun nieuwe camera's worden gepresenteerd door vijf topmodellen die verleidelijk vanachter een rood pluche gordijn tevoorschijn komen met een camera in hun hand. Een van de meisjes staat in mantelpak voor het gordijn en voert het woord. 'Nu komt het nieuwste zevenmegapixelmodel, de Samsung Digimax V7' en dan komt een topmodel met weinig kleren aan het podium op. Bij elke ronde dragen ze minder kleren en ze gaan door tot de bikini. 'De camera heeft een macrofunctie van vijf centimeter en een bracketingfunctie voor de belichting en scherpstelling', zegt de woordvoerster terwijl het topmodel verleidelijk met de camera over het podium paradeert. Om mij heen en op mijn tenen staan mannen zich te verdringen om de meisjes goed te kunnen zien en te fotograferen. Ze hebben wild gelukzalige uitdrukkingen op hun gezicht en bij een man van een jaar of vijfenzeventig die naast me stond sijpelde zelfs een straaltje kwijl uit zijn mondhoek. Natuurlijk vind ik de vrouwelijke modellen ook interessanter dan de cameramodellen, al hebben de camera's niet zo'n grote bek. Topmodellen hebben natuurlijk ook nadelen, want ze zijn je steeds te slim af op het gebied van de quantummechanica en winnen voortdurend van je met schaken, maar voor de rest zijn ze top.

28 september 2004

De draak van het jaar

Aan de lunchtafel ging het helemaal mis vandaag. Normaal gesproken hebben we leuke gesprekken, maar vandaag vielen mijn collega's alles aan wat ik zei. Ik begon over Woody Allen en dat ik zijn films leuk vind en toen zei mijn alleswetende collega: 'O, bah, daar heb ik een hekel aan, die Woody Allen'. Dat vond ik wel interessant en vroeg hem om dat eens toe te lichten.
'Tja, die hele problematiek interesseert me geen zak.'
-En de humor dan, vind je die ook niet leuk?
'Welke humor? Heh heh heh heh...'
Daarna kwam het gesprek op Duitsland, want daar moet ik morgen heen. Ik zei dat ik me erop verheugde om weer eens in Duitsland te zijn, dat ik het een prettig land vind en de mensen zelfs mag. Toen kreeg ik me toch een stel briesende collega's over me heen, zeg. Met man en macht kraakten ze Duitsland en de Duitsers af en als bewijs uit het ongerijmde sleepten ze er de carnavalsuitzendingen op tv bij. Die waren afgrijselijk volgens hen en dat ben ik natuurlijk met ze eens, maar ik wilde er toch iets tegenin brengen. 'Wat zouden buitenlanders van ons denken als ze de massahysterie en Amerika-imitatiedwang zouden zien die gisteravond de kern van de oenige plechtigheid in de Arena vormde? Zijn dat de voortbrengselen van een glorieus volk of zagen we hier de Draak van het Jaar?'
Ik kon daarna nog net hun vuisten en fluimen ontwijken.

21 september 2004

Hoera voor onze gids

Omdat kolonel Gadaffie van Libië nu 'gids' genoemd wordt, heeft mijn baas gevraagd of wij hem in het vervolg ook zo willen noemen. Dat is natuurlijk een kleine moeite, vooral omdat hij vandaag jarig is. We gaan er ook mee door en onze secretaresses noemen we nu sherpa's en mijn collega's en ik zijn welpen. Je moet gewoon af en toe de sleur een beetje doorbreken, daar profiteert het bedrijf van en de veranderde sfeer wordt in positieve zin gecommuniceerd naar de klanten, die nu overigens grobbekuikens heten. Kolonel, bedankt voor deze frisse wind.